e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q101a plaats=Sibbe/IJzeren

Overzicht

Gevonden: 248
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rug rug: ruk (Sibbe/IJzeren) rug [DC 01 (1931)] III-1-1
ruiken ruiken: Tans, J.G.H., Isoglossen rond Maastricht in de dialecten van Belgisch en Nederlandsch Zuid-Limburg. Maastricht, uitg. Van Aelst, 1938. 246 pp.  y, y: (Sibbe/IJzeren) ruiken III-1-1
schaars krimpelig: krompelig (Sibbe/IJzeren), raar: raar (Sibbe/IJzeren) schaars [DC 16 (1948)] III-4-4
schaats schaats: ša:tsə (Sibbe/IJzeren) Hoe noemt men de voorwerpen, bestaande uit een ijzer en een houten of metalen voetrust, die men onder de schoenen bindt om op het ijs te kunnen rijden? [DC 23 (1953)] III-3-2
schaatsijzer roede: ro: (Sibbe/IJzeren) Noemt men het stalen onderdeel, dat over het ijs glijdt en dat geregeld geslepen moet worden, met een afzonderlijk woord? Zo ja, hoe luidt dit? [DC 23 (1953)] III-3-2
schaduw, lommer lommer: de lomər (Sibbe/IJzeren) (de) schaduw [DC 23 (1953)] III-4-4
scheen scheen: ṣe:n (Sibbe/IJzeren) scheen - welk gedeelte van het lichaam wordt er mee bedoeld? [DC 01 (1931)] III-1-1
schoenen (mv.) schoenen (mv.): šōn (Sibbe/IJzeren) Hoe noemt men de schoenen? Maakt men verschil tusschen hooge en lage schoenen? [DC 09 (1940)] III-1-3
schommel schokkel: sjokkel (Sibbe/IJzeren, ... ) Hoe noemt men het hier afgebeelde kinderspeelgoed, bestaande uit een touw dat, aan een balk of een boom tak gebonden, in een bocht naar beneden hangt, waarin kinderen graag heen en weer zweven? [DC 19 (1951)] || Soms is in de bocht van het touw een plankje of een bak bevestigd, waarop of waarin het kind zit. Noemt men deze vorm van het speelgoed misschien met een andere naam als de onder a getekende? [DC 19 (1951)] III-3-2
schouder schouder: ṣauər (Sibbe/IJzeren) Hij gaf me een klap op mijn schouder. [DC 17 (1949)] III-1-1