e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q103p plaats=Berg-en-Terblijt

Overzicht

Gevonden: 1539
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
donderen donderen: dondere (Berg-en-Terblijt) donderen [SGV (1914)] III-4-4
donderkruid donderkruid: dóndərkroet (Berg-en-Terblijt) donderkruid [DC 46 (1971)] III-4-3
donderx donder: donder (Berg-en-Terblijt) donder [SGV (1914)] III-4-4
dood (bn.) dood: doeat (Berg-en-Terblijt), doit (Berg-en-Terblijt), dôêt (Berg-en-Terblijt), (Fransche oe).  doid (Berg-en-Terblijt) dood [SGV (1914)] || dood (bijv.) [DC 03 (1934)] || dood; ¯t kindje was - eer (dat) ze ¯t konden dopen [RND] III-2-2
doodskist doodskist: dwaatskis (Berg-en-Terblijt), Minder gebruukelek!  dwaatskis (Berg-en-Terblijt), zerk: zerrek (Berg-en-Terblijt), zèrək (Berg-en-Terblijt) doodskist; hoe noemt men het houten voorwerp, waarin de dode in het graf wordt gelegd [DC 23 (1953)] || Hoe noemt men het houten voorwerp, waarin de dode in het graf wordt gelegd? [DC 23 (1953)] III-2-2, III-3-3
doodskleed doodsmantel: franse boîte  doîtsmantəl (Berg-en-Terblijt) doodskleed; hoe noemt men het doodskleed (hinnekleed, reekleed, regenkleed, enz.)? Moet dit kleed aan bepaalde voorwaarden voldoen? [VC 03 (1937)] III-2-2
doof doof: douf (Berg-en-Terblijt) doof [SGV (1914)] III-1-1
dooien dooien: doië (Berg-en-Terblijt) dooien [SGV (1914)] III-4-4
doop doop: (Ook doup).  duip (Berg-en-Terblijt) doop [SGV (1914)] III-3-3
doopjurkje doopkleedje: doͅ.upklɛ.tsjə (Berg-en-Terblijt) doopkleed [RND] III-3-3