e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q103p plaats=Berg-en-Terblijt

Overzicht

Gevonden: 1539
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
braamstruik bramenstruik: briêêmesjtroek (Berg-en-Terblijt) braamstruik [SGV (1914)] III-4-3
braden braden: broa (Berg-en-Terblijt) braden [SGV (1914)] III-2-3
braken kotsen: kotse (Berg-en-Terblijt) kotsen [SGV (1914)] III-1-2
branden branden: de kachel brandt (Berg-en-Terblijt) brandt [de kachel ~ ] [SGV (1914)] III-2-1
brander van een lamp brander: brĕnder (Berg-en-Terblijt) brander (v. e. lamp) [SGV (1914)] III-2-1
brandhout brandhout: brandhout (Berg-en-Terblijt), branthoͅu̯t (Berg-en-Terblijt), vinkelhout: vunkelhout (Berg-en-Terblijt), vonkelhout: vøŋkəlhoͅu̯t (Berg-en-Terblijt) [SGV (1914)]brandhout [SGV (1914)] I-7, III-2-1
breien strikken: sjtrikke (Berg-en-Terblijt) breien [SGV (1914)] III-1-3
brem ginster: ginster (Berg-en-Terblijt), hennetjes: als de brem bloeit wordt deze vaak zo genoemd vooral door kinderen  hènnekes (Berg-en-Terblijt) brem [DC 47 (1972)] III-4-3
brengen brengen: bringe (Berg-en-Terblijt) brengen [SGV (1914)] III-1-2
breuk breuk: breuk (Berg-en-Terblijt) breuk [SGV (1914)] III-1-2