| 22368 |
op stelten lopen |
op stelten lopen:
op schtelte loope (Q198p Eijsden)
|
stelten [op ~ loopen] [SGV (1914)]
III-3-2
|
| 25653 |
opbakken |
oppijpen:
oppīpǝ (Q198p Eijsden),
opwarmen:
opwɛrmǝ (Q198p Eijsden)
|
In N 29, 79b werd gevraagd naar de wijze waarop men oud brood opbakte. De antwoorden op deze vraag zijn verwerkt in deze semantische toelichting. Een veel voorkomende methode van opbakken is het brood nat maken met b.v een borstel. Vervolgens wordt het in de oven gelegd totdat het doorwarmd is. Dit duurt zo''n 5 à 10 minuten. Men kan het brood ook opstomen. Als de oven tamelijk warm is, gooit men er een pot water in. Het water verdampt en het brood zet men 5 à 10 minuten in de oven. Men kan het brood ook v√≥√≥r of na het gewone bakken, wanneer de oven niet zo heet is, in de oven leggen gedurende tien minuten. Na het eruithalen legt men het brood onder een doek, zodat men de warmte en de wasem erin laat dringen.' [N 29, 97a; N 29, 97b; monogr.]
II-1
|
| 25581 |
opbollen |
opmaken:
opmǭǝkǝ (Q198p Eijsden)
|
De afgewogen deegstukken opbollen. Het opbollen dient om een mooie ronde bol te verkrijgen, waardoor het vormen van het brood veel gemakkelijker kan geschieden, dan wanneer men dit van het direct afgewogen stuk moet doen (Schoep blz. 99). Verder dient het om de fijnheid van rijs te beïnvloeden en de kleefstof soepeler te maken. Het opbollen kan met de hand of machinaal plaatsvinden. [N 29, 34; N 29, 30b; monogr.]
II-1
|
| 21548 |
openbare verkoop |
koopdag:
Algemene opmerking: invuller twijfelt over het spellingssysteem (Veldeke). Aangezien de lijst normaal (dus in gewoon Nederlands) is ingevuld, heb ik de lijst letterlijk overgenomen, dus niet(s) omgespeld!
koopdaoëg (Q198p Eijsden),
verkoop:
Algemene opmerking: invuller twijfelt over het spellingssysteem (Veldeke). Aangezien de lijst normaal (dus in gewoon Nederlands) is ingevuld, heb ik de lijst letterlijk overgenomen, dus niet(s) omgespeld!
verkeup (Q198p Eijsden)
|
openbare verkoping van goederen, huisraad vooral [koopdag, uitroep?] [N 21 (1963)] || openbare verkoping van onroerende goederen [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 18524 |
opgezette zak |
monicatas:
monikates (Q198p Eijsden),
stolptas:
sjtueleptes (Q198p Eijsden)
|
een opgezette zak (opgezette zak of tes, stölpzak) [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18218 |
ophanger |
ophanger:
d’n ophenger (Q198p Eijsden),
ophęŋǝr (Q198p Eijsden)
|
het lusje waarmee men de jas kan ophangen [N 59 (1973)] || Het lusje waarmee men de jas kan ophangen. [N 59, 125; Gi 1.IV, 37]
II-7, III-1-3
|
| 19255 |
ophouden met het werk |
ophouden:
ophauwe (Q198p Eijsden)
|
ophouden (m.h. werk) [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 25150 |
opklaren |
opklaren:
opklaore (Q198p Eijsden),
optrekken:
optrikke (Q198p Eijsden)
|
opklaren, helder worden [op-, doorweere, optrekken, afzomen, zich klaren, opklaren] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 21275 |
opmaken |
opmaken:
oͅpmoͅkə (Q198p Eijsden),
xɛlt op mo.kə (Q198p Eijsden)
|
geld opdoen (opmaken) [RND]
III-3-1
|
| 25513 |
oppoken |
het vuur oprochelen:
ǝt vȳr oprǭxǝlǝn (Q198p Eijsden)
|
Het vuur oppoken. [N 29, 8a; OB 2, 2b; monogr.]
II-1
|