| 24095 |
kluizenaarswoning |
hut:
hut (L328p Heel),
kluiswoning:
kloêswueëning (L328p Heel)
|
De woning van zon kluizenaar [kloes]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 18792 |
kluwen |
kluwen:
kloewe (L328p Heel)
|
kluwen [SGV (1914)]
III-1-3
|
| 21080 |
knabbelen |
knabbelen:
knabbele (L328p Heel)
|
knabbelen [knibbele] [N 10 (1961)]
III-2-3
|
| 19043 |
knap meisje |
net meidje:
net maetje (L328p Heel)
|
mooi meisje
III-1-4
|
| 25031 |
knappen |
klatsen:
klàtsə (L328p Heel)
|
met een knappend geluid open springen [knipperen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 21347 |
knecht |
bok:
buk (L328p Heel),
knecht:
eine nŏĕwe knecht (L328p Heel)
|
Het hulpgereedschap om lange werkstukken bij de bewerking aan de werkbank te ondersteunen. Zie ook afb. 115. Het woordtype de moede uit Herten (L 330) kan zowel ø̄iemand die moe isø̄ als ø̄iemand die lui isø̄ betekenen (Hertens woordenboek, pag. 180). [N 53, 212; N 53, 223b] || knecht, een nieuwe ~ [SGV (1914)]
II-12, III-3-1
|
| 34256 |
kneden |
kneden:
knē̜i̯ǝ (L328p Heel),
wassen:
wasǝn (L328p Heel)
|
De boter kneden om de melk, die zich nog tussen de boterdeeltjes bevindt, eruit te drukken. In sommige gebieden werd de boter tegelijkertijd gewassen. Zie voor de fonetische documentatie van (boter) en (botter) het lemma ''boter'' (12.14) in deze aflevering. [A 28, 7; L 1a-m; L 1u, 114; L 6, 7; L 22, 8; Ge 22, 8 en 69; R 3, 76 en 77; monogr.]
I-11
|
| 17921 |
knellen |
duwen:
#NAME?
duuje (L328p Heel),
knijpen:
knīēpə (L328p Heel),
pitsen:
#NAME?
pitse (L328p Heel)
|
knellen [SGV (1914)] || Knellen: stijf drukken zodat daardoor een striem ontstaat (knellen, knijpen, duwen, wringen, klemmen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 18174 |
knellen, gezegd van schoenen |
duwen:
duujə (L328p Heel)
|
drukken en daardoor pijn veroorzaken, gezegd van schoenen die te klein zijn [knellen, klemmen, drukken] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 21058 |
kneuzen |
blutsen:
blutse (L328p Heel),
WLD
blutsə (L328p Heel)
|
blutsen [SGV (1914)] || Een appel of peer oppervlakkig beschadigen zoda er een zachte plek ontstaat (blutsen, kneuzen, keuzen). [N 82 (1981)]
III-2-3
|