e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Smakt

Overzicht

Gevonden: 1514

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bebroed onbevrucht ei schier ei: sxīr ei̯ (Smakt) [N 19, 54b] I-12
bed bed: bed (Smakt), bocht: bòcht (Smakt), leger: De zi‰ke laej òp zien laeger  laeger (Smakt), nest: Kroept ien owwen naest, zatlap da\'che ziet: kruip in je bed, dronkaard dat je bent  naest (Smakt), slaapplaats: slaoppláts (Smakt) bed III-2-1
beddengoed beddengerei: beddegrej (Smakt), beddengoed: beddegoēd (Smakt), bedderij: beddereej (Smakt) beddegoed III-2-1
beddenplank beddenplank: Maene hit al menneg âld wief betoept, zij mende án ur koont te krabbe, már zij zaat án de beddeplaank: men moet het zeker weten  bed(de)plaank (Smakt) bedplank III-2-1
beddenwarmer bedkruik: bedkroek (Smakt), petrus-johannesje: \'t Petrenneske mit nor bed neme  petrenneske (Smakt), warmwaterkruik: waermwaterkroek (Smakt) verwarmde kruik of steen || warmwaterkruik III-2-1
bedriegen bedriegen: bedrīēge (Smakt), beschijten: beschiete (Smakt), betoepen: betoepe (Smakt), bezeiken: bezaeke (Smakt) bedonderen, belazeren, bedriegen || bedriegen || bedriegen, belazeren || belazeren, bedonderen, bedriegen III-1-4
bedroefd droevig: drūveg (Smakt) droevig, treurig III-1-4
bedsprei overdeken: aoverdeke (Smakt, ... ), stikdeken: stikdeke (Smakt, ... ) gewatteerde deken/sprei || gewatteerde gestikte deken || sprei III-2-1
beemd beemd: bɛmt (Smakt) Het begrip beemd is, getuige ook de bronnenopgave bij dit lemma, vaak afgevraagd. Op grond van de informatie die de informanten bij hun antwoord gaven, springen er twee betekenissen uit van beemd. De eerste is ø̄lager gelegen, vochtig weilandø̄ en de tweede is ø̄hooiweide of hooilandø̄. Een aantal informanten vermeldt erbij dat beemd weiland is aan de Maas of aan een beek. Enkele andere bijvoegingen zijn: ø̄slechte wei met veel onkruidø̄, ø̄grasland zonder omheiningø̄, ø̄weiland met enkele bomenø̄, ø̄stuk zure grondø̄. De lage ligging wordt nogal eens als een slechte eigenschap, als minderwaardig, gewaardeerd. Sommige informanten geven aan dat een beemd iets anders is dan een broek. Mede door de diverse bijvoegingen bij de antwoorden zijn de beemd-opgaven daarom niet verwerkt in lemma 1.3.2 ɛlaaggelegen weidegrondɛ, waarin de broek-opgaven domineren. Binnen de woordtypen beemd en band/bend is niet altijd met zekerheid te zeggen of ze enkel- of meervoud zijn. Waar dit met zekerheid te zeggen is, is dit aangegeven.' [N 14, 53; N 14, 52; N 14, 50a; N 14, 50b; N 6, 33b; N P, 5; JG 1a, 1b, 1c; L 19b, 2aI; L 1a-m; L 4, 40; A 10, 4; S 2, 5, 43; Wi 6; RND 20; Vld.; monogr.] I-8
beestachtig persoon; beestachtig beest: bieëst (Smakt), beestachtig: bieëstaechtig (Smakt) beestachtig || laag, gemeen, niet te vertrouwen persoon III-1-4