e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Weert

Overzicht

Gevonden: 7826

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
achteraanweeg vangkant: vangkant (Weert) De zijkant van de molenkast waar zich de vang bevindt. [N O, 47a] II-3
achterbodem bodem: bǫǝm (Weert) De achterste bodem van een bierton tegenover de voorbodem. [N 35, 94] II-2
achterdocht achterdenken: achterdinke (Weert), achtergedacht: achtergedecht (Weert), erg: ich haaj es gein ereg in (Weert), ook materiaal van vr.lijst 32, vr. 44  ich haaj er gein ereg in (Weert), mistrouwen: mistrouwe hebbe (Weert) achterdocht [SGV (1914)], [ZND 01 (1922)] || achterdocht, berekening, overweging || een kwaad vermoeden over iemands handelingen of bedoelingen hebbend [achter-koutig, achterkousig, achterdochtig] [N 85 (1981)] || ik had geen achterdocht (ik vermoedde geen kwaad) [ZND 32 (1939)] III-1-4
achtereen, na elkaar naastegang: naostegang (Weert) achtereen, na elkaar III-4-4
achtergebleven hooi harken scharren: sxɛrǝ (Weert) Wanneer het hooi is binnengehaald werd soms nog eens het hooiland afgeharkt om het achtergebleven hooi te verzamelen. [N14, 122; A 34, 4 add.] I-3
achterhaam achterhaam: axtǝrhām (Weert) Samenstel van riemen dat op het achterwerk van het paard wordt gelegd en dient om de kar achteruit te stoten. [JG 1a, 1b, 2b; N 13, 74; monogr.] I-10
achterhand van het paard achterhand: axtǝrhant (Weert), achterstel: axtǝrstęl (Weert) Het achtergestel van een paard, in tegenstelling met de voorhand of het voorste deel (3.1.3), en het middendeel of de middenhand (3.3.5). [N 8, 13 en 32.9] I-9
achterhoofd achterhoofd: achterhuid (Weert) achterhoofd [N 10 (1961)] III-1-1
achterkeuvelens achterkeuvelens: achterkeuvelens (Weert) Het samenstel van balken dat zich aan de achterkant van de kap bevindt. [N O, 51b] II-3
achterkeuvelens van de standerdmolen voorkeuvelens: vy.rkø̄vǝlǝns (Weert) Het stelsel van balken dat gebouwd is op de windpeluw. Zie ook afb. 14 en 18 en de toelichting bij de lemmata ɛvoorkeuvelens van de Hollandse molenɛ en ɛachterkeuvelens van de Hollandse molenɛ.' [N O, 44f] II-3