e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gelt fokzeug:   gelt (Achel, ... ), gę.lt (Hamont), gesneden vrouwelijk varken:   ge.lt (Ellikom  [(niet gesneden - vroeger wel)]  , ... ), gei̯ljtj (Bree  [(zeug)]  ), gelt (America, ... ), gilt (Achel), giltž (Eupen), gø̜̄l (Herderen  [(gaat niet vol)]  ), gēlt (Kaulille, ... ), gę.ljtjš (Beek  [(gesneden)]  ), gęi̯lt (Overpelt), gęljtj (Bocholt  [(niet gesneden - om vet te mesten)]  ), gęlt (Achel, ... ), gɛlt (Berverlo  [(klein van vrouwelijk geslacht tot ze loper zijn)]  , ... ), gɛ̄lt (Lommel), jilts (Eupen), onvruchtbaar vrouwelijk varken:   gɛlt (Montenaken  [(onvruchtbaar gemaakte zeug)]  ), vrouwelijk varken:   ge.lt (Grote-Brogel, ... ), gelt (Achel, ... ), gē̜lt (Hamont), gę.lt (Achel, ... ), gęlt (Hamont, ... ), gɛlt (Eksel, ... ) I-12
gelts gesneden vrouwelijk varken:   g`e.ls (Montzen), ge.ls (Gellik, ... ), gels (Berg / Terblijt, ... ), gi̯ɛ.ls (Diets-Heur  [(geslachtelijk niet ontwikkeld)]  ), gø.ls (Riemst), gøls (Eigenbilzen), gø̜i̯ls (Rosmeer), gē.ls (Vroenhoven  [(niet vol te krijgen)]  ), gēls (Boukoul, ... ), gē̜ls (Kortessem), gę.ls (Beringen, ... ), gęi̯ls (Wellen), gęls (Duras, ... ), gɛls (Binderveld  [(gaat niet meer vol)]  , ... ), g˙els (s-Gravenvoeren, ... ), jēls (Kelmis), ję.ls (Heks, ... ), vrouwelijk varken:   ge.ls (Niel-bij-As), gę.ls (Opglabbeek) I-12
gelui gebeier:   et geluu (Tegelen, ... ), et geluuej (Baarlo), geloe (Nieuwstadt, ... ), geloei (Neer, ... ), geloej (Heel, ... ), geloej van de klokke (Roermond), geloew (Klimmen), gelouj (Wijk), gelouw (Eksel), gelow (Weert), gelōēw (Nieuwenhagen), gelui (Sint-Truiden, ... ), geluuj (Opglabbeek, ... ), gëlui (Hoeselt), het geleui (Diepenbeek), het geloe (Lutterade), het geluj van de klokkke (Eigenbilzen), t gelaj (Tongeren), t gelāū (Maastricht), t geloe van de klokke (Gulpen, ... ), t geloeij (Eisden, ... ), t geloew (Klimmen, ... ), t geloj (Maastricht), t gelui (Hasselt), t geluij (Maastricht), t gəloͅuə vanə kloͅkə (Tessenderlo) III-3-3
geluid gebeier:   gelüd (Jeuk), t geloed (Waubach), klank van een klok:   geloed (Neer) III-3-3
geluids gebeier:   t geloeds (Geleen) III-3-3
geluk alle kegels in één keer omverwerpen:   geluk (Vlodrop), geluk:   eͅi gəløk (Opglabbeek), g(ə)lək (Lozen), gelek (Bilzen, ... ), geleuk (Boorsem, ... ), gelĕŭk (Stevoort), gelik (Linde, ... ), geluk (Bocholt, ... ), gelŭk (Diepenbeek, ... ), gelèk (Hasselt, ... ), gelék (Rosmeer), gelök (Altweert, ... ), gelø͂ͅk (Zichen-Zussen-Bolder), gelùk (Kortessem, ... ), gelək (Houthalen, ... ), glök (Lontzen), gëlùk (Tongeren), gəlek (Beverst, ... ), gəlĕk (Meeuwen), gəle͂k (Eigenbilzen), gəluk (Bilzen, ... ), gəlyk (Zichen-Zussen-Bolder), gəløk (Genoelselderen, ... ), gəlø͂ͅk (Helchteren), gəløͅk (Houthalen), gələk (Gutshoven, ... ), gəlɛk (Neerglabbeek), i glək (Eksel), jeluk’ (Bleijerheide, ... ), xløk (Tongeren), xəlek (Martenslinde, ... ), xəløk (Borgloon, ... ), xələ:k (Molenbeersel), xələk (Zonhoven), ø gəlyk (Meldert), ə gəlek (Opoeteren), ə gəløk (Beverlo, ... ), ə gələk (Herk-de-Stad), dèè ei mieër gelùk as vestàànt: hij heeft meer geluk dan wijsheid  gelùk (Sint-Truiden), ¯t ès nog e gelèk bè ¯n o.ngelèk: het had erger kunnen zijn  gelèk (Hasselt), kans:   geløͅk (Venlo), meevaller:   gelōk (Weert), geluk (Meeuwen), jeluk (Kerkrade) III-4-3, I-4, III-1-4, III-3-1
geluk aanbrengen groeien, wassen:   gelök aanbrènge (Lutterade) III-3-2
geluk brengen groeien:   geluk brengen (Voort)
geluk hebben geluksvogel; altijd geluk hebben:   dee he͂t alteed geluk (Rekem), hie hait geluik gat (Rotem), rijk malen:   gǝlø̜k hębǝ (Weert) II-3, III-1-4
geluk hebben lijk een hoerenjong geluksvogel; altijd geluk hebben:   hēͅ heͅt gəlyk lak ən hūrəjūnk (Beverlo) III-1-4