e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gepakt beteuterd:   hij was gepakt (Leopoldsburg), hije was gepakt (Ulbeek), ook materiaal znd 32, 67  gepakt (Leopoldsburg, ... ) III-1-4
gepakt zijn gevoelig (zijn):   gəpàkt zén (Loksbergen) III-1-1
geparenteerd familie:   gepaarenteert (Maastricht), geparanteerd (Maastricht), geparenteerd (Merkelbeek) III-2-2
geparenteerd zijn verwantschap:   geparenteerd zien (Maastricht), geparenteerd zieë met (Gulpen), gəparənteerd zien (Maastricht) III-2-2
gepassepoileerde (<fr.) maal in stof geplaatste zak: Van Dale: passepoileren, paspelen. Van Dale: paspelen, van een paspel [i.e. smalle omboording (b.v. van knoopsgaten)] voorzien. Syn. passepoileren.  gaepaspoilleerde maal (s-Gravenvoeren), gepaspeljeerdje maal (Neeroeteren), zakintast: Van Dale: passepoileren, paspelen. Van Dale: paspelen, van een paspel [i.e. smalle omboording (b.v. van knoopsgaten)] voorzien. Syn. passepoileren.  gepaspelēērde maal (Eisden) III-1-3
gepassepoileerde (<fr.) tas in stof geplaatste zak: Van Dale: passepoileren, paspelen. Van Dale: paspelen, van een paspel [i.e. smalle omboording (b.v. van knoopsgaten)] voorzien. Syn. passepoileren.  gepaspeleerde tes (Maastricht), zak met klep: Van Dale: passepoileren, paspelen. Van Dale: paspelen, van een paspel [i.e. smalle omboording (b.v. van knoopsgaten)] voorzien. Syn. passepoileren.  gepaspeleerdje tesse (Herten (bij Roermond)), zakintast: Van Dale: passepoileren, paspelen. Van Dale: paspelen, van een paspel [i.e. smalle omboording (b.v. van knoopsgaten)] voorzien. Syn. passepoileren.  gepaspwalleerde tes (Eijsden) III-1-3
gepassepoileerde (<fr.) zak in stof geplaatste zak: Van Dale: passepoileren, paspelen. Van Dale: paspelen, van een paspel [i.e. smalle omboording (b.v. van knoopsgaten)] voorzien. Syn. passepoileren.  gepaspoleerde zak (Diepenbeek) III-1-3
gepast gemakkelijkste wijze; gemakkelijkst; gemakkelijk maken:   gepasjt (Thorn) III-3-1
gepast (bn.) kleingeld: (= heb je geen klein geld).  hùb ste het neet gepas (Wijk), ps. omgespeld volgens Frings.  gəpāst (Diepenbeek) , III-1-4
gepast geld kleingeld:   gepas geld (Heugem, ... ), gepast geld (Blerick, ... ) III-3-1