e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
geplette tarwe gort:   gəpl‧eͅdjə t‧ɛ̄rəv (Neeroeteren) III-2-3
geplisseerde (<fr.) mouw mouw met kanten plooisel:   gəplīsēͅrt (Opglabbeek), jəbleseͅjərdə meͅjəf (Kwaadmechelen) III-1-3
geplisseerde (<fr.) rok plooirok:   gəpləseiərdə roͅk (Lommel) III-1-3
geploegd land groot geploegd middendeel:   gǝplōx Iãnt (Kanne), zaaivoor, diep geploegd land:   gǝplox(t) lai̯.ŋk (Simpelveld), gǝplōx la. njtj (Boukoul, ... ), gǝplōxt lant (Eys) I-1
geploegde plank klikplank:   gǝplø̄x˱dǝ plaŋk (Sint Odilienberg), plank:   gǝplø̄x˱dǝ plaŋk (Sint Odilienberg) II-12, II-9
geploegde voor ploegsnede:   gǝplogdǝ [voor] (Houthalen), gǝplōgdǝ [voor] (As, ... ) I-1
geplooid kantje luifel? [idem?]:   é geplooid kenteke (Eksel), ruche:   gǝplōjt kɛntšǝ (Herderen) II-7, III-1-3
geplooide mouw mouw met kanten plooisel:   gəploajdə moe (Holtum) III-1-3
geplotserd pafferig dik, opgeblazen van lijf:   geploesterd (Brunssum) III-1-1
gepluimd gedupeerd:   geplaamd (Jeuk), geplówmd (As), gəpləmt (Loksbergen), cf. WNT XII-2 kol. 2832 s.v. "pluimen (II)"3. Geheel figuurlijk, van menschen: o.a. Ze afzetten  geplûmd (Bree) III-1-4