e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
haar betoppen geslachtsgemeenschap hebben: i.e. daar heeft hij haar genomen. cf. VD s.v. "betoppen"(gew.) bedotten, bedriegen  dao hêt er häör betoeptj (Horn) III-2-2
haar bloempje nog hebben kuis, ingetogen:   di-j héét héér bleemke nòg (As) III-2-2
haar boven de ogen wenkbrauw: De informant geeft aan dat hem geen woord voor wenkbrauw bekend is en omschrijft met  dikte van hoewer (haar) bove de augenɛ (Heers) III-1-1
haar eigen droogzetten verdrogen:   hø̄r ē̜gǝ drȳǝxzętǝ (Halen) I-11
haar en terug draaien heen en weer draaien:   haer en teruuk dreje (Reuver) III-1-2
haar kaarsje is uit dood (bn.):   heur kéé(r)sken ès óó.ët (Zonhoven) III-2-2
haar kontje uitlaten geslachtsgemeenschap hebben:   der künj oetlaote (Klimmen) III-2-2
haar melk laten lopen slijmen:   (de koe) løt hǝr mɛlk lupǝ (Stevoort) I-11
haar melk los geven zich moeilijk laten melken:   (de koe) gɛft ǝr męlǝk lǫs (Peer) I-11
haar meubels al hebben in verwachting zijn:   ze hèt hör meubels al (Kortessem) III-2-2