e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
janker overgevoelig paard:   ja.ŋkǝr (Hasselt), jaŋkǝr (Halen, ... ), jāŋkǝr (Ottersum), jāŋʔǝr (Kwaadmechelen) I-9
jankerd krampig:   jaŋkǝrt (Roermond) I-9
jankeren hinken:   jienkeren (Hechtel), jinkeren vanne pien (Kleine-Brogel), janken:   jonkere (Hushoven), kreunen van de pijn:   jonkere (Weert), joênkere (Boekend), junkert (Wellen), jyŋkərə (Aalst-bij-St.-Truiden) III-1-2, III-2-1
janketig drenzen:   jenketig (Caberg, ... ) III-1-4
jankogen tranende ogen:   jènkouge (Maastricht), Tranende ogen.  juŋkougə (Tongeren) III-1-1
jankorgel dubbelkettingtransporteur:   jaŋkø̜rgǝl (Heerlen  [(Oranje-Nassau I-IV)]   [Emma, Maurits]) II-5
jankpluim pronkveer op een hoed:   jenkpluim (Maastricht) III-1-3
jankredieten dinsdag voor aswoensdag: (dan zong men: "jan kerdiet loêt ne sjiet èn t midde van de mêrt zoe dik as n êrt")  jankerdiete (Bilzen) III-3-2
janksteren mompelen:   jōēnksteren (Beverst) III-3-1
jankt schuilgaan van de maan: de maan jankt  də mo^n jàŋt (Lummen) III-4-4