e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q032p plaats=Schinnen

Overzicht

Gevonden: 4527
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bevel bevel: bevel (Schinnen, ... ), bevēēèl (Schinnen, ... ), bevêl (Schinnen, ... ), bəvēēl (Schinnen, ... ) bevel [SGV (1914)] || een opdracht waaraan gehoorzaamd moet worden [bevel, beveel, last, orden] [N 85 (1981)] III-1-4, III-3-1
bevelen bestellen: besjtellen (Schinnen, ... ), bəsjtéələ (Schinnen, ... ), commanderen: kommandere (Schinnen), commanderen (<fr.): kommandere (Schinnen) iemand nadrukkelijk of met gezag opdragen iets te doen [heten, hieten, ordenen, bestellen, bevelen] [N 85 (1981)] III-1-4, III-3-1
bewerkelijk (zijn) lastig: lèstig (Schinnen) niet eenvoudig wat de bewerking betreft, veel tijd eisend [ruizig] [N 85 (1981)] III-1-4
bewieroken wieroken: wiereke (Schinnen), wierouke (Schinnen) Wieroken, bewieroken [wiereke?]. [N 96B (1989)] III-3-3
bewolkte lucht dikke lucht: de locg is dik (Schinnen) Hoe zegt men in uw dialect: De lucht, de hemel is bewolkt, je ziet geen sterren. [DC 30 (1958)] III-4-4
bezadigd bezadigd: bezadigd (Schinnen), gemoedereerd: gəmoedəreerd (Schinnen) zeer kalm [bezadigd, bedaard, gemoedereerd] [N 85 (1981)] III-1-4
bezem bezem: beͅsəm (Schinnen, ... ), bɛsəm (Schinnen) bezem [RND], [SGV (1914)] III-2-1
bezemsteel steel: štēəl (Schinnen) bezemsteel [RND] III-2-1
bezig doende: doondə (Schinnen) werkzaam aan of met iets bezig zijn [bezig, onledig, ollig, doende, gesteld [zijn aan]] [N 85 (1981)] III-1-4
bezinkketel bezinkketel: bezinkketel (Schinnen) Gereedschap dat men gebruikt om de wortdrab af te scheiden. [monogr.] II-2