e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Egchel

Overzicht

Gevonden: 570

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
damesmantel mantel: mankel (Egchel, ... ) damesmantel; inventarisatie huidige uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] || damesmantel; inventarisatie vero uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] III-1-3
damesschoen met hoge of halfhoge hak pumps (eng.): pums (Egchel) damesschoenen met hoge of halfhoge hak [N 24 (1964)] III-1-3
das, sjaal sjaal: sjaal (Egchel) das, sjaal, om de hals gedragen [das, polderdas, sjerp, kazzenij] [N 23 (1964)] III-1-3
dasspeld dasspeld: dassjpeld (Egchel) dasspeld [dasspang] [N 23 (1964)] III-1-3
dauw nevel: nevel (Egchel) dauw die s morgens over de velden hangt [doom, domp, mok] [N 22 (1963)] III-4-4
dennenwortel pinwortel: pīnwortel (Egchel) penvormige wortel van een denneboom [N 27 (1965)] III-4-3
deuk in een hoed dumpel: dömpel (Egchel) deuk in een hoed [dömpel] [N 25 (1964)] III-1-3
dikke wollen sjaal dikke das: dieke das (Egchel) das, dikke wollen (winter)~ [N 23 (1964)] III-1-3
dikke, warme mantel dikke duffel: dieke duffel (Egchel), mantel: mangkel (Egchel) damesmantel, warme ~ [windvanger, kabang] [N 23 (1964)] || overjas, lange ~, dik en warm [euverpalto, palzeer, jaager] [N 23 (1964)] III-1-3
dinsdag dinsdag: deesdig (Egchel) dag; dinsdag [N 07 (1961)] III-4-4