e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L269a plaats=Hout-Blerick

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
vuurvaste tegels vuurvaste plavuizen: vø̄rvastǝ plǝvyzǝ (Hout-Blerick) De vuurvaste tegels waaruit de ovenvloer bestaat. [N 29, 4b; monogr.] II-1
waaienx waaien: wejt (Hout-Blerick) waaien [N 22 (1963)] III-4-4
wak in het ijs bijt: bīēt (Hout-Blerick), wak: wak (Hout-Blerick) gat in het ijs, dat erin gehakt is [DC 44 (1969)] || gat in het ijs, waar het water niet bevroren is [DC 44 (1969)] III-4-4
wandluis wandluis: wankloes (Hout-Blerick) wandluis, weegluis, het platte bloedzuigende insect dat zich overdag schuilhoudt in naden en spleten van houten vloeren enz. [wanlöws, platte pose, bertelemees] [N 26 (1964)] III-4-2
wang wang: waŋ (Hout-Blerick) Welk woord gebruikt men in Uw dialect om de vlezige zijkant van het gezicht aan te duiden? Hoe spreekt men het uit? [DC 27 (1955)] III-1-1
want want: wante (Hout-Blerick) wanten, met duim maar zonder vingers [N 23 (1964)] III-1-3
warm weerx warm (weer): werm (Hout-Blerick) warm [DC 44 (1969)] III-4-4
wasgoed was: was (Hout-Blerick) wasgoed [DC 35 (1963)] III-2-1
waterdichte laars lieslaars: leeslaars (Hout-Blerick), lieslaars (Hout-Blerick) laars, lange waterdichte ~ waarvan de schacht tot aan de lies reikt [watersjtievel, lieslaars] [N 24 (1964)] III-1-3
waterlossing beekje: bɛ̄kskǝs (Hout-Blerick) Greppel die men door een te ontginnen moeras graaft, om het water kwijt te raken. De opgaven bestrijken heel de provincies Limburg. [I, 61; N 27, 22] II-4