e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
doorwas doorschieter:   dørwas (Kwaadmechelen), dørxwas (Waubach), dōrwas (Holtum, ... ), dūrwas (Heerlen, ... ) I-5
doorwassen doorregen: E sjun sjtuk durchwa¯se sjpek  durchwa’se (Bleijerheide, ... ), doorschieter:   dørwasǝ (Leunen, ... ), dōrwasǝ (Baarlo, ... ) I-5, III-2-3
doorwassen kool onzuivere kool:   dørxwāsǝ koǝl (Bleijerheide  [(Domaniale)]   [Emma, Hendrik, Wilhelmina]) II-5
doorwasser doorschieter:   durwasǝr (Ten Esschen), dø̜rwasǝr (Gennep, ... ), dōrwasǝr (Beringen, ... ), dōrwęsǝr (Herten, ... ), dōrwǭsǝr (Panningen), dōǝrwasǝr (Hamont) I-5
doorweg servituut:   dwərweg (Zussen) III-3-1
doorweken doordrenken, nat maken:   deūrwēke (Maastricht, ... ), doorweikt (Posterholt), doorweikə (Kapel-in-t-Zand), durwèèke (Mheer) III-4-4
doorwerken bewerken van het deeg op de werktafel:   dørxwerkǝn (Kerkrade), braken:   dørxwerkǝn (Kerkrade) II-1
doorwerkte sjaal sierlijke omslagdoek:   doorwerkde sjaal (Maastricht) III-1-3
doorwinteren inwinteren:   dø̜rwentǝrǝn (Tessenderlo), dōrwentjǝrǝ (Geistingen) II-6
doorwroeten een weide scheuren:   dø̜rvrytǝn (Achel), meer dan een spade diep spitten:   dōrvrytǝn (Achel) I-1