e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
driepoot driepoot:   driepoot (Maasniel), dripuǝt (Klimmen), dripōǝt (Puth), dripǭt (Munstergeleen, ... ), drēi̯pūt (Maaseik), drējpuǝt (Kelmis), drēpuǝt (Blerick), drē̜puǝt (Beringen), dręi̯puǝt (Velden), drievoet:   driepoot (Stein), dręjpuǝt (Bleijerheide, ... ), dręjpūt (As), drę̄jpuǝt (Maasbree), hooiruiter:   dripøǝt (Houthem), dripōt (Gennep, ... ), dręi̯puǝt (Maastricht), inrichting om de onderoven te verwarmen:   dripuǫt (Ulestraten), drēpuǝt (Stein), klinkvoet:   driepoot (Roggel), dripuǝt (Posterholt), melkstoeltje:   dripōt (Valkenburg), wielstoel:   dripōt (Neer), zaagvaatje, zaagbankje:   dripūǝt (Ell) I-11, I-13, I-3, II-1, II-10, II-12, II-4
driepoot met katrol trekhei:   dripuǝt met katrǫl (Eys) II-9
driepootje melkstoeltje:   dręi̯putšǝ (Maastricht) I-11
driepootruiter hooiruiter:   driepootruiter (Haelen, ... ) I-3
driepoter driepoot:   dręi̯putǝr (Zolder) I-13
drierozenpot stenen pot, keulse pot:   drēͅi̯rōzəpoͅt (Zichen-Zussen-Bolder) III-2-1
dries braakland:   dris (Achel, ... ), driš (Heerlen), drē.š (Hoensbroek), drēs (Grote-Brogel, ... ), drēš (Banholt, ... ), drēǝš (Mheer), dręi̯s (Sittard), dręi̯š (Limbricht, ... ), drīs (Helchteren, ... ), braakliggen:   drēs (Herten, ... ), drēš (Heerlen, ... ), dręi̯s (Sittard), dorpskom:   Dris (Gelinden), dries:   dres (Achel, ... ), dreǝs (Koersel, ... ), dreǝš (Baelen), drii̯s (Zepperen), drii̯š (Eupen), drii̯ǝs (Zepperen), dris (Aalst, ... ), driš (Heerlen, ... ), driǝs (Wellen), drēi̯ǝs (Posterholt), drēs (As, ... ), drēš (Aubel, ... ), dręi̯s (Borgloon, ... ), dręi̯š (Heerlerheide, ... ), dręs (Kessenich), drīs (Beringen, ... ), drīst (Lommel), drīǝs (Beverst), gemeenteweide:   drīs (Val-Meer), grasveld, bleekveld:   drees (As, ... ), drēs (Eksel), drīs (Houthalen), (grote groos, met koeien enz.)  drees (As), weide met fruitbomen  drees (Gruitrode), grensstrook langs een akker:   drēs (Baexem, ... ), heuvel, kleine hoogte:   dris (Sevenum), ə⁄ne dris (Sevenum), hoogliggende akker:   dres (America), huisweide:   drei̯s (Meldert), drēi̯s (Koersel), drēs (Bocholt, ... ), drēs}* (Eksel), drēš (Heerlen, ... ), drēͅi̯s (Paal), dreͅi̯s (Linkhout), dris (Beverlo, ... ), drīs (Beverlo, ... ), (grote groos, met koeien enz.)  drees (As), is groter met dieren  groos en drees (Opglabbeek), weide met fruitbomen  drees (Gruitrode), laaggelegen weidegrond:   drēs (Nunhem), drēš (Schaesberg), lage, natte zandgrond:   drēs (Nunhem), pand van een weideperceel:   dris (Beringen), slachtbrug:   dres (Tongeren), stuk onontgonnen grond:   dreš (Sint-Martens-Voeren), drēš (Mechelen, ... ), veengrond, stuk niet ontgonnen hei of woeste grond:   dreš (Sint-Martens-Voeren), drēš (Mechelen, ... ), veldweg:   drēs (Ell), venweide:   dris (Berverlo), wei:   dris (Helchteren, ... ), drēs (Gruitrode, ... ), drēš (Waubach, ... ) I-7, I-8, II-1, II-4, III-2-1, III-3-1, III-4-4
dries liggen braakliggen:   drēslegǝ (Maasbracht), drēslekǝ (Stevensweert), drēšliqǝ (Sint-Pieters-Voeren) I-8
drieschaar meerscharige ploegen:   drei̯sxǭǝr (Achel), drei̯šār (Nieuwenhagen), drisxār (Blitterswijck, ... ), drišār (Beek, ... ), dręi̯sxǭr (Neerpelt) I-1
drieschaard meerscharige ploegen:   drei̯sxārt (Kronenberg  [(niet wentelbaar)]  , ... ), (mv)  drei̯sxē̜rt (Velden), drisxē̜rt (Horst, ... ) I-1