e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
engoberen engoberen:   engoberen (Tegelen), ęŋgobērǝ (Ottersum) II-8
engrais kunstmest:   `āgrę (Henis), `ǭgrę (Vechmaal), `ǭ ̞grę (Tongeren), `ǭ.ŋgrę (s-Herenelderen), `ǭgrę (Diets-Heur, ... ), `ǭgręi̯ (Piringen), `ǭŋgrę (Heks, ... ), ã`grę (Buvingen, ... ), ã`gręs (Gingelom, ... ), ãŋg`rę (Halmaal), ãŋgrę (Waasmont), ãŋqrę (Opheers), engrais (Rijkel), áŋg`rę (Nieuwerkerken), õuqrę (Val-Meer), ā`grę (Borlo, ... ), ǫ ̞`grę (Boekhout), ǫŋ`grę (Hopmaal), ǭ`grę (Borgloon, ... ), ǭ`gręs (Heers), ǭqre (Genoelselderen), ǭ ̞`grę (Gingelom, ... ), ǭ.grę (Rutten), ǭ`grę (Berg, ... ), ǭ`gręs (Mechelen-Bovelingen), ǭngrę (Tongeren), ǭŋgrę (Oost-Maarland  [(oude soort stikstofhoudende meststof)]  ) I-1, I-1
engrais chimique kunstmest:   ǫŋgrę šǝmik (Hopmaal)
engraisbak strooibak voor kunstmest:   [engrais]bák (Borlo, ... ) I-1
engraismachine kunstmeststrooier:   [engrais]mašen (Waasmont) I-1
engraissemoir kunstmeststrooier:   [engrais]sǝmǭr (Sint-Truiden) I-1
enig eenzaam:   einig (Alken), ienig (Meldert), intsig (Waubach), énnig (As) III-3-1
enig kind enig kind:   aeinig kè.nd (Zutendaal), ee.nech kê.jnt (Gors-Opleeuw), een eijnig kàind (Jeuk), een innig kînd (Eksel), eenig kindj (Montfort), ein einig keindsj (Bree), einig keend (Maastricht), einig keindj (Neeroeteren), einig keindsj (Bree), enich kénd (Hoeselt), enig kind (Leopoldsburg), ennig kind (Eksel), ennig kinjd (Ophoven), ēēnig kink (Nieuwenhagen), ieenig kind (Tessenderlo), innig kind (Achel), īē.nig ki.nt (Zolder), ènnig kinsj (Maaseik), énnig kēnd (As), ən énig kéntj (Urmond), ’n èinig kénd (Tongeren), (intig = enig).  ⁄n intig kind (Eigenbilzen), enig kind  ’n innig kind (Eigenbilzen), koekoeksjong is een voorkind  iejnig kend (Jeuk) III-2-2
enige gering aantal, een paar:   ennige (Ospel), innige (Klimmen, ... ), intige (Houthalen), ènnige (Doenrade), éndegge (Hoeselt), (= enige).  intige (Eigenbilzen) III-4-4
enige dochter enig kind:   einige dochter (Ell), īē.nige dóchter (Zolder) III-2-2