e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
fietsrennen wielerwedstrijd:   fietsrenne (Epen, ... ), fietsrennen (Urmond), fitsrenne (Guttecoven, ... ), fitsrennen (Born), fitsrɛnə (Eys) III-3-2
fietssteen wetsteen:   fitsštęjn (Posterholt) II-10
fietstocht rit:   enne (fiets)tocht (Oirlo), fiets-tôch (Blerick), fietsj toch (Melick), fietstoch (Blerick) III-3-1
fietswant handschoen zonder vingers:   auto- of} fietswante (Oirlo) III-1-3
fietswedstrijd wielerwedstrijd: Sub wielrennen: ongebr.; steeds omschreven o.a. met fietswèdstrijd, -kóngkoer.  fietswèdstrijd (Maastricht) III-3-2
fiezebriemen een pak slaag geven:   fizzəbriĕəmə (Brunssum), knutselen:   fiesebriejme (Schaesberg), fizze brieëme (Klimmen) III-1-2, III-3-2
fiezel andere soorten sneeuw: fijne sneeuw  fiezel (Bunde), opgave goed gelezen (JK)  viézel (Gronsveld), beetje, een weinig:   fiezel (Maastricht), (meervoud: feêzels).  feêzel (Altweert, ... ), klein in zijn soort: (klein kind).  fiezel (Maastricht, ... ), motregen, fijne regen:   fiesel (Nieuwerkerken), fiezel (Maastricht, ... ), fizəl (Maastricht), fīēzəl (Maastricht), fīzəl (Tongeren), fīəzəl (Wellen), viezel (Margraten), viézel (Gronsveld), vīēzel (Mheer), ps. niet aangetekend, wel opnemen?  fīē.ëzel (Zonhoven), stille regen:   fiehzel (Genk), fiezel (Maastricht) III-4-4
fiezel regen met tussenpozen regenen:   ⁄nne visel rège (Wijlre) III-4-4
fiezelbuitje regenbuitje:   vieselbeutje (Valkenburg) III-4-4
fiezelen druilerig en koud weer:   fiehzele (Genk), motregenen, licht regenen:   `t fieselt (Nieuwerkerken), `t fiezelt (Stokrooie), fi:zələ, ⁄tviÚ:zəlt (Zutendaal), fiezele (Caberg, ... ), fiezele, ’t fiezelt (Maastricht), fiezelen (Eksel, ... ), fiezələ (Heer), fī.zələ, (h)ət fī.zəlt (Genk), fī.zələ, tfī.zəlt (Tongeren), fīēzələ (Maastricht, ... ), fīzələ (Tongeren, ... ), fīəzələ (Wellen), fĭĕsəlt (Epen), het fiezelt (Hechtel), te fiezelle (Wolder/Oud-Vroenhoven), te viezele (Mheer, ... ), te viezelen (Margraten), ut begint te fiezele (Maastricht), viezele (Eijsden, ... ), viezele, ’t viezelt (Borgharen), viezelen, het viezelt (Stein), viez⁄zele (Bleijerheide, ... ), vizzele (Mheer), viézele (Gronsveld), vīēzele (Gulpen), vī‧zələ (Sint-Martens-Voeren), vézele (Montzen, ... ), ət bəgentə fizələ (Maastricht), ət fīēzəlt (Maastricht), ’t fiezelt (Maastricht), (fiezelen: gewestelijk woord).  fīē.ëzele (Zonhoven), (fizzelde-haet gefizzelt). ps. onder de eerste e (van fizzele, fizzelde en gefizzelt) moet nog een punt staan; deze combinatieletter is niet te maken (betekent: stomme vocaal als in het Ned. bode, gemak).  fizzele (Sittard), (t fiezelde wa; riezelrêger (= motregen).  fiezele (Beverlo), fiesele  fizələ (Neerharen), fieselen  fisələ (Lummen), fiezelen  fizələ (Lummen), fī(ə)zələ (Diepenbeek), fīzələ (Lummen), fiezelt.  fizəlt (Zolder), heel fijne regen  fīzələ (Bilzen), Opm. ook in de betekenis van: uit elkaar halen, zacht praten.  feêzele (Altweert, ... ) III-4-4