e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
flauwe ogen hebben schemeren van de ogen:   xəb flāw ōgə (Kanne) III-1-1
flauwe praat vertellen kletsen [onnozele praat vertellen]:   h(tm) vərteͅlt flauə prōͅət (Opglabbeek), he vertelt flauwe praot (Reppel), hij vertelt flauwe praat (Koersel, ... ), hij vertelt flauwe praowet (Achel) III-3-1
flauwe streek list:   floe sjtreek (Susteren) III-1-4
flauwe trien domme vrouw:   flauw trien (Kortessem) III-1-4
flauwe wind zachte wind, briesje: (bij warm weer).  ne flàwe wénd (Gruitrode), (vooral bij warm weer).  ne flàwe wénd (As), zuchtje:   flǫwǝ wenjt (Neeritter, ... ) II-3, III-4-4
flauwe zeik bekakte praat:   flauwe zeik (Weert), bekakte praat /bekakt praten:   flauwe zeik (Weert) III-1-4, III-3-1
flauwe zever kletsen [onnozele praat vertellen]:   flauwe zijver (Mechelen-aan-de-Maas), floowe klets (Kermt), flowe ziver (Hechtel) III-3-1
flauwe zever vertellen kletsen [onnozele praat vertellen]:   hè vertelt flooe ziever (Zolder), hè vertèlt floo-uwe zever (Wellen) III-3-1
flauwe zeveraar aansteller:   ne flaa zievereer dieje wit nie wat ’m zeet (Peer) III-3-1
flauwe, een - futloze jongen:   flaave (Tessenderlo) III-1-4