e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gardeniersgrond vruchtbare grond:   gɛrdǝnērsgroŋk (Hout-Blerick) I-8
gardenierswagen plateauwagen:   gɛrdǝnērswāgǝ (Tegelen  [(zeer lage wagens met schuine zijkanten - op de hoeken meestal ijzeren stangen of "rongen" waaraan voor en achter stuwkettingen)]  ) I-13
garderobe kleerkast:   galderéup (Hasselt), galdrōp (Alken), galdrōəp (Nieuwerkerken), galdərōp (Stevoort), galərōp (Diepenbeek), garderobe (Sint-Truiden), garderéup (Hasselt), gardrōp (Diepenbeek, ... ), gardroͅu̯p (Borlo, ... ), gardrø&#x0304p (Hasselt), gardərōbə (Duras), gardərōp (Hasselt, ... ), gardəroͅu̯p (Borgloon, ... ), gardərø&#x0304bə (Hasselt), geͅldrōp (Alken), geͅldərōbə (Gorsem), geͅldəroͅu̯p (Sint-Truiden), geͅrdrōp (Ulbeek), geͅrdərōbə (Velm), gáldəroͅu̯p (Sint-Truiden), gədrōp (Kuringen), gədrōͅp (Gutshoven), gədrø&#x0304p (Hasselt), gəldrōp (Zepperen), gəldroͅu̯p (Hoepertingen, ... ), gərdrōp (Hoepertingen, ... ), gərdrōəp (Wellen), gərdrōͅp (Heers), gərdroͅp (Gelinden), gərdroͅu̯p (Borgloon, ... ), gərdrø&#x0304p (Hasselt), gɛldəroͅu̯p (Sint-Truiden), kleerkist, kleerkoffer:   gadrōp (Ulbeek), gardrau̯p (Hoepertingen), gardədrōͅbə (Hoepertingen), gardərōp (Ulbeek), geͅldrōͅbə (Hoepertingen), gəldrōp (Melveren), xaldrop (Mettekoven) III-1-3, III-3-3, III-2-1
garderobe (fr.) kast voor liturgische gewaden:   gerdraup (Jeuk), kledij, kleren:   geͅldərob, hīl mən - (Sint-Truiden), Al zijn kleederen.  xaldrōp (Mettekoven), Scherts., b.v. Die heeft me nogal een -.  gardəro:p (Kanne), Zie ook kleier.  garderobe (Heerlen)
gardevil (<fr.) politieagent: vgl. WBD III, 3.1 (blz. 345): gardevil.  gardevil (Loksbergen), ənj gardjuil (Herk-de-Stad) III-3-1
gardgesp ijzeren haak aan de puthaak:   geͅi̯rtgɛsp (Achel) I-7
gardhaak ijzeren haak aan de puthaak:   geͅi̯rthōͅk (Achel), geͅrthāk (Lommel) I-7
gardiaan abt:   gardiaan (Ophoven) III-3-3
gardien (fr.) voile:   gardien (Meijel), voorhuid:   gerdien (Neerharen) III-1-1, III-1-3
gardijn overgordijn:   gardiŋ (Gulpen), gardèèn (Hasselt), gard‧iŋ (\'s-Gravenvoeren, ... ), jardiŋ (Bleijerheide, ... ), hoes veur hoes tösse de gesjeigelde gardijne hing e gipse blómmekörrefke Veur de gardijne brande zes keerse van ¯n sent Dee zit achter de gardijne: hij is de geheime aanstoker  gardijn (Maastricht) III-2-1