e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
groes opvaren een weide scheuren:   grūs˱ op˲vu̯ǭrǝ (Tongeren), grūs˱ ǫp˲vǭ.rǝ (s-Herenelderen) I-1
groes ploegen een weide scheuren:   grōs [ploegen] (Ell, ... ) I-1
groes scheuren een weide scheuren:   grūs [scheuren] (Middelaar, ... ) I-1
groes telen een weide scheuren:   grūs tø̄lǝ (Meijel) I-1
groes uitakkeren een weide scheuren:   grūs˱ áu̯.t˱[akkeren] (Lauw, ... ) I-1
groesbreken rooien:   grōsbrēkǝ (Berg) I-8
groesdries dries:   grōsdrēs (Grathem) I-8
groeshof boomgaard:   grōͅsəf (Gelieren/Bret), huisweide:   grű̅əsəf (Genk) I-7
groesje grasland:   grø̄skǝ (Tegelen), grø̜i̯skǝ (Ulestraten), grasveld, bleekveld:   greuske (Echt/Gebroek, ... ), grøͅskə (Lanklaar), Verklw.  grüske (Tienray), graszode:   grøskǝ (Lottum), huisweide:   greuske (Montfort), grūskə (Beverst), gry(3)̄skə (Meijel), grøskə (Sevenum), grø̄skə (Beringe, ... ), grøͅskə (Velden), grøͅskə}* (Lanklaar), gr‧ø̄skə (Montfort), terras:   gr‧ø&#x0304skə (Montfort) I-7, I-8, III-2-1
groeskant grensstrook langs een akker:   groskant (Velden), grōskaŋk (Tegelen), grǫǝskānt (Overpelt) I-8