e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
pollevietjes in de grond kloppen processiepaaltjes in de grond slaan:   pə`levikes en de grond kloppe (Jeuk) III-3-3
pollevij achterwerk: Vroeger.  plevej (Herten (bij Roermond)), hak van een schoen: afwerend: "Daar kunt ge (kan hij) van op aan!  tēgə ur (zən) poləvīən (Diepenbeek), bijna zuiver, weinig gebreuikt, somtijds nochtans zeggen ouders tegen hun klein kind: "mijne kleine pollevie  pollevie (Nieuwerkerken), bijvoorbeeld: vuil pollevieren = vuil handen  pollevie (Kaulille), Een hand.  poləvei (Bree), Gebruikt als scheldwoord.  poləvi (Gelinden), gezegde van drinkebroers die niet meer kunnen betalen  pellefie (Kermt), Grote hand.  poləvei (Bree), handen  polleviekes (Kaulille), Handen, b.v. had oer polleviën do van aaf.  pollevië (Hasselt), klein handje  pollevieke (Waltwilder), Kleine kinderhandjes!.  poləvikəs (Overpelt), Soort lopen, b.v. de kinderen - in de weide.  polleviënen (Wellen), vloertegel  plavij (Hamont), plevei (Opitter), vloertegels  plavij (Hamont), vroeger had dit een vulgaire betekenis "ik vaag er mn ... aan", dit wordt nu niet meer gebruikt  pollevie (Hasselt), werkwoord: loopen, drauen (paard)  pollevieje (Ulbeek), Wordt gebruikt b.v. in een lied mene leeve pollevie.  pollevie (Vroenhoven), Zwarte handen.  pollevieje (Maaseik), voetzool: RK: zool van schoen.  pooləvij (Eisden) III-1-1, III-1-3
pollevijen handen (spotnamen):   poͅləvīs (Tongeren) III-1-1
polonaise wasmand:   pǫlǝnē̜zǝ (Stokkem) II-12
pols horloge:   póls (Venlo), karnschijf:   pøls (Lottum), karnstaf:   pøls (America, ... ), pǫls (Geysteren, ... ), pols:   pauls (Amby, ... ), paöls (Meerssen), peuls (Geulle, ... ), po.ls (Gors-Opleeuw), po:ls (Kaulille), poals (Riemst, ... ), pols (Achel, ... ), pols ? (Genk), pōels (Vaals), pōls (Borgharen, ... ), pōͅls (Achel, ... ), pŏls (Eys, ... ), pŏŏls (Mechelen), poͅ.ls (Houthalen), poͅ:ls (Lanklaar), poͅls (Achel, ... ), poͅəls (Maaseik), puls (Heerlen, ... ), pàols (Kanne), pèuls (Cadier), pò:ls (Arcen, ... ), pòls (Kerkrade, ... ), pó.ls (Zolder), póls (Bleijerheide, ... ), pólts (Kerkrade), pô.ls (Moresnet), pôals (Lottum), pôls (Eksel, ... ), pöls (Echt/Gebroek, ... ), pölsj (Geulle), pøls (Tongeren, ... ), pùls (Gulpen, ... ), pəls (Haelen), B.v. De pols stiejet just boven het handgewricht.  pols (Peer), PLAATS: De informant geeft als gehucht Kiefhoek op.  pôls (Eksel), PLAATS: de informant geeft als kerkdorp Jeuk/Hasselbroek op.  pols (Jeuk), polsmof:   puls (Neerharen) I-11, III-1-1, III-1-3
polsband polsband:   polsband (Amby) I-4
polsbandje manchet:   polsbandje (Oostham), [WLD II.7, blz. 86]  polsbandsje (Boorsem), mouwomslag, manchet:   polsbandje (Oostham), pǫlsbɛntšǝ (Boorsem) II-7, III-1-3
polsbroek kuitbroek:   polsbroek (Rummen (WBD)) III-1-3
polsen informeren (onoverg.):   pòlse (As), plassen (met water):   poͅlsən (Achel), Met de haan in `t wátter polsen.  polsen (Hechtel), pootjebaden:   polsən (Houthalen) III-1-2, III-1-4
polsen van de toit het dak afkloppen:   pǫ.lsǝ van ǝn tø (Zolder  [(Zolder)]   [Eisden]) II-5