e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Bocholt

Overzicht

Gevonden: 5095

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
advent advent (<lat.): advent (Bocholt) De tijd van vier zondagen voor Kerstmis (Advent, kleine vasten). [N 96C (1989)] III-3-3
afdak afdak: Good geti-jg moot ònder ein aafdèèkske hange: zei de man met de omvangrijke buik  aafdak (Bocholt) afdak III-2-1
afdakje boven de poort afdak: āf˱dāk (Bocholt) Het kleine afdakje dat op een muur is geconstrueerd boven de poort. [N 4A, 43b] I-6
afdingen afpingelen: ps. omgespeld volgens Frings.  (af)peŋələ (Bocholt), prengelen: ps. omgespeld volgens Frings.  preͅŋələ (Bocholt) beknibbelen, Op de prijs ~, de prijs omlaag trachten te drukken [afpeekele, afprengelen, afpenkelen, pingelen?] [N 21 (1963)] III-3-1
afgeroomde melk afgeroomde melk: āfxǝrǫu̯mdǝ mɛlk (Bocholt), aflaat: āflāt (Bocholt), fluitjesmelk: fluitjesmelk (Bocholt), girs: gers (Bocholt), klits: klets (Bocholt), ondermelk: o.ndǝrmę.lǝk (Bocholt), trits: trets (Bocholt) De vloeistof die overblijft als de melk ontroomd is. [A 7, 15 en 17; A 23, 4a; L 27, 29; JG 1a, 1b; L 1u, 103; Lu 1, 3 en 4a; monogr.] I-11
afgetrokken zeug afgelotste zeug: af˲gǝlōtstǝ [zeug] (Bocholt), afgetrokken zeug: āfxǝtrǫkǝ [zeug] (Bocholt) Een door het veelvuldig zogen vermagerde zeug. In vraag N 19, 22 werd gevraagd naar "een zeug die vermagerd is door ...", dus naar een zelfstandig begrip. In dit lemma is de nadruk gelegd op de eigenschap "vermagerd" en is het zelfstandig naamwoord zeug niet gedocumenteerd. Voor de documentatie van de verschillende woordtypen voor "zeug" en de bijbehorende dialectvarianten zie het lemma ''zeug'' (1.2.5). [N 19, 22; monogr.] I-12
afgunst afgunst: aafgunst (Bocholt) Afgunst, jaloezie. [N 96D (1989)] III-3-3
afgunstig afgunstig: aafgunstig (Bocholt) Afgunstig. [N 96D (1989)] III-3-3
afhangend gezwel kwabbel: kwabb’l (Bocholt), lel: lel (Bocholt) Een afhangend gezwel (kwabbel, knoebel, knoep, lel) [N 107 (2001)] III-1-2
afhangend kuifje (bij kortgeknipt haar) frou-frou (fr.): frufru (Bocholt) haar, kortgeknipt ~ met alleen van voor een afhangend kuifje [ponnie, tuil] [N 10 (1961)] III-1-1