e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L192p plaats=Bergen

Overzicht

Gevonden: 1063

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
braambes braamberen: bro̝mbē̝ͅrə (Bergen) braam(bessen) [RND] III-4-3
braambessen braamberen: brǫmbē̜rǝ (Bergen) Als aanvulling op de vraag die in het lemma Braam is behandeld werd ook geïnformeerd naar de benamingen van de vrucht van de braamstruik. [JG 1b gedeeltelijk, 1c, 2c] I-5
bretel galg: galge (Bergen) bretels, stel schouderbanden om de broek op te houden [N 23 (1964)] III-1-3
brief brief: bri:f (Bergen) brief [RND] III-3-1
broedende kip op eieren kloek: kluk (Bergen) [N 19, 43a; JG 1a, 1b, 2c; L 14, 21; A 6, 1c; S 5; L B2, 320; monogr.] I-12
broek met split gulpboks: gulp-boks (Bergen) broek met een split aan de voorkant [fluitjesbroek] [N 23 (1964)] III-1-3
broek: algemeen boks: boks (Bergen, ... ), gij lopt ok altied met afgezakte boks (Bergen), hé hiel zien boks op met ne lere riem (Bergen) broek in het algemeen [boks, sjmeek, brits] [N 23 (1964)] || Broek. (Moeder zei tegen kleine Kees:) Jij loopt ook altijd met een afgezakte broek! [DC 39 (1965)] || Broeksriem. Hij hield z’n broek op met een leren riem. [DC 35 (1963)] || Hoe noemt men de broek (bovenkleeding)? Maakt men misschien onderscheid tusschen een klepbroek en een gewone broek? [DC 09 (1940)] III-1-3
broekspijp boksenpijp: bokse-piep (Bergen) pijpen van een broek [bokspijpe, broeksepejpe] [N 23 (1964)] III-1-3
broeksriem boksenriem: bokse-riem (Bergen), riem: hé hiel zien boks op met ne lere riem (Bergen) band of riem waarmee de broek in de taille wordt opgehouden [boekreem, boekband, boksemband] [N 23 (1964)] || Broeksriem. Hij hield z’n broek op met een leren riem. [DC 35 (1963)] III-1-3
broekzak achter konttas: koont-tès (Bergen) zak aan de achterkant van de broek [konttes, votteske] [N 23 (1964)] III-1-3