e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q021p plaats=Geleen

Overzicht

Gevonden: 5298
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zon- en feestdagen vrije dagen: vriej daag (Geleen) Zon- en feestdagen (ledige dagen) . [N 96C (1989)] III-3-3
zondag zondag: zòndig (Geleen) De zondag, dag des Heren. [N 96D (1989)] III-3-3
zondag houden zondag vieren: zòndig viere (Geleen) De zondag houden/vieren/eerbiedigen/heiligen. [N 96D (1989)] III-3-3
zondagmissaal `s zondags misboek: s`zòndès mèsbook (Geleen) Een kerkboek met misgebeden voor de zondagen en feesten van het kerkelijk jaar [zondagsmissaal(tje)?]. [N 96B (1989)] III-3-3
zonde zonde: zunj (Geleen, ... ) Een zonde [zund, zung]. [N 96D (1989)] || zonde [SGV (1914)] III-3-3
zonden zonden: zunj (Geleen) zonden (mv.) [SGV (1914)] III-3-3
zonder opzet niet expres: neet espres (Geleen), zonder bezei: zonger besäi (Geleen) zonder opzet, zonder bedoeling [buiten besouw] [N 85 (1981)] III-1-4
zool zool: zǭl (Geleen) Ondervlak van schoeisel, dat deel waarop men loopt. [N 60, 76; N 60, 233a] II-10
zool van een schoen zool: Laer, gummiej.  zaol (Geleen) De zool van een schoen in het algemeen (welke soorten?) [N 60 (1973)] III-1-3
zoom zoom: zǫwm (Geleen) De omgeslagen en vastgenaaide rand aan een stuk weefsel of een kledingstuk. Volgens Het Beste Naaiboek (pag. 290) zijn er drie soorten zomen: de omgeslagen zoom, de valse zoom en de apart aangezette zoom. Zie afb. 38. [N 62, 14a; L 8, 126; Gi 1.IV, 15; MW; S 46; monogr.] II-7