e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Amstenrade

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
woelen winseln (du.): wintsjələ (Amstenrade) Woelen: onrustig heen en weer bewegen (woelen, spollen). [N 84 (1981)] III-1-2
wonde wonde: woonj (Amstenrade) Wond: letsel, kwetsuur (blessure, wats, gorre). [N 84 (1981)] III-1-2
wonen wonen: wōēnə (Amstenrade) een nestje hebben, gezegd van vogels (nesten, wonen, houden) [N 83 (1981)] III-4-1
woord woord: wuərt (Amstenrade) woord [RND] III-3-1
wormstekig wormsteketig: woormsteketig (Amstenrade), wormstekig: WBD\\WLD  wórrəmsjtèèkéch (Amstenrade, ... ) Door wormen aangetast, gezegd van fruit (wormstekig, gemaaid, vermaaid, verpielt, meutelig, maaistekig, maaisteek). [N 82 (1981)] || wormstekig ve appel [DC 23 (1953)] I-7, III-2-3
wortel (alg.) wortel: WBD\\WLD  wòrtəl (Amstenrade) Het gedeelte van een plant, boom, dat in de grond zit en dat het voedselhoudende water opneemt (wortel, doel). [N 82 (1981)] III-4-3
wrang wrang: vrang (Amstenrade) wrang [DC 26 (1954)] III-2-3
wreef wregel: vreigel (Amstenrade) wreef - welk gedeelte van het lichaam wordt er mee bedoeld? [DC 01 (1931)] III-1-1
wrijven wrijven: vrīēvə (Amstenrade) Wrijven: met de hand herhaaldelijk over iets strijken (wrijven, frotteren). [N 84 (1981)] III-1-2
wringen wringen: vréngə (Amstenrade) Wringen: met een draaiende beweging samendrukken (wringen, wreken, wroeten) (of: wroeken?). [N 84 (1981)] III-1-2