e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Amstenrade

Overzicht

Gevonden: 2103
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zitvlak van een broek kruis: kruuts (Amstenrade) zitvlak, kruis, bodem van de broek [boksebaom, zolder, zuur schrej, kont, wan] [N 23 (1964)] III-1-3
zogen, voeden (overg.) de mem geven: də mèm géévə (Amstenrade) borstvoeding geven: Een kind aan de borst voeden (minnen, de mem geven, houden). [N 84 (1981)] III-2-2
zomerkapmanteltje pelerine (<fr.): pillerien (Amstenrade) kapmanteltje voor de zomer met een ovaalvormig voor- en achterpand [pelderien] [N 25 (1964)] III-1-3
zomerkleren zomergoed: somergoot (Amstenrade) zomerkleren [N 23 (1964)] III-1-3
zondagse kleren `s zondagse kleren: sondigse klèjer (Amstenrade) zondagse kleren [t sondagsdinge] [N 23 (1964)] III-1-3
zool van een schoen zool: zoal (Amstenrade) zool van een schoen [N 24 (1964)] III-1-3
zoolbeslag gummilap: gømilap (Amstenrade) Stuk leer, rubber of hout dat onder de zool van de klomp wordt aangebracht. [N 24, 71; monogr.] II-12
zoon jong: jong (Amstenrade) zoon; onze buurman heeft een zoon en een dochter; volw. [DC 12a (1943)] III-2-2
zorgen voor zich plagen: zich plaogə (Amstenrade) toezien en moeite doen dat iets uitgevoerd of onderhouden wordt [gadeslaan, bezorgzaam zijn, bekommerd zijn] [N 85 (1981)] III-1-4
zout zout: zaut (Amstenrade) zout [DC 03 (1934)] III-2-3