e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de lucht trekt zich toe onstuimige lucht:   trektj zich tow (Weert) III-4-4
de lucht werkt weerlichten:   de loegt werkt (Beverlo) III-4-4
de lucht zit dicht bewolkte lucht:   də ’lüxt se(t) dext, xə ’zit x;̞n ’stɛrə (Gennep) III-4-4
de lucht zit toe bewolkte lucht:   de loch zit tow (Maastricht), de locht zitj toe, dich zūūst gein sterre (Stramproy), de loog zit toe en doe zuns gen sterren (Arcen), de lòg zit hoe, doe zies gein sjtarre (Schimmert), o is een korte o  de loch zit toe, doe zuus klam sjterre (Beesel) III-4-4
de lucht zit vol hommel donderwolk:   de loch zit vol hommel kop (Holtum) III-4-4
de luidenklok trekken de avond luiden:   ze trèke de luijeklok (Sint-Lambrechts-Herk) III-3-3
de luierik uithangen luieren:   de luierik ōthange (Beverlo) III-1-4
de luim nog niet hebben de plank missen add.: [sic]  hij heet den loum nog niet (Meeuwen) III-3-2
de maag jeukt honger hebben:   de maag jeuk (Sittard) III-2-3
de maag rammelt honger hebben:   mach raməlt (Lommel) III-2-3