e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de piering uit de neus halen uithoren:   de piering oet zen neus hoole (Maastricht) III-3-1
de pieringen in engeland horen/huren zuinig zijn:   ər hy(3)̄rt də pīriŋə in ēŋəlānt (Lanaken) III-3-1
de pieringen uit de neus halen uithoren:   iemand də pierings oet zən neus haolə (Maastricht), pieringe oet de neus hoole (Maastricht) III-3-1
de pijn schiet me door de benen pijnscheut:   de pien schuut mej dur de biën (Oirlo) III-1-2
de pijp aan ma(a)rten gegeven dood (adj. schertsend bedoeld: znd 23, 022b;  də péép ən matən gəgievən (Diepenbeek) III-2-2
de pijp aan maarten (martin) gegeven dood (adj. schertsend bedoeld: znd 23, 022b;  de piep oan martin gegaiven (Grote-Brogel) III-2-2
de pijp aan maarten geven sterven:   de pie:p an marten gééve (Meijel), pijp aan maarten geven (Meeuwen), de pijp aan Maarten geven  de piêp aan Merte gaeve (Tungelroy) III-2-2
de pijp is hem uitgegangen sterven:   de piep is ⁄m oetgegange (Mechelen) III-2-2
de pijp leeg hebben sterven:   de piep lèèghebbe (Blitterswijck, ... ) III-2-2
de pijp lurken lurken:   de piep lörke (Blerick) III-2-3