e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de ogen toepitsen knipogen:   ôge tĕĕwpitse (Rosmeer) III-1-1
de ogen tranen tranende ogen:   de oeëge troane (Beverlo), mun auge traone (Sint-Pieter) III-1-1
de ogen uitwassen scherp de waarheid zeggen:   de oge oehtwesje (Waubach) III-3-1
de omslag maken de laatste voor ploegen:   dǝn omšlāx mākǝ (Haelen) I-1
de onderste voor ploegen een weide scheuren:   dǝ oŋǝlstǝ vǭr [ploegen] (Haelen), dǝ øŋǝrstǝ vǭr [ploegen] (Haelen) I-1
de onderste voor uitholen meer dan een spade diep spitten:   dǝ oŋǝlstǝ (oŋǝrstǝ) vōr ūthǭlǝ (Haelen) I-1
de onderste wind is koud koude noordenwind, bijs: de onderste wind is koud  dən onərstə went es kàwt (Opglabbeek) III-4-4
de onnut in hebben slechtgehumeurd (zijn):   d’n oonnöt ién hebbe (Gronsveld), d⁄n oonnöt iénhebbe (Gronsveld) III-1-4
de onvalschijn haan verzuimen wegens ziekte:   dǝn onvalšīn han (Kerkrade  [(Domaniale)]   [Domaniale]) II-5
de oogst afdoen oogsten:   de oogst afdoen (Hechtel, ... ) I-4