e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de muur afglatten pleistermortel gladstrijken:   dǝ mūr āf˲glɛtǝ (Schimmert) II-9
de muur doen ertussenuit knijpen (vgl. wbd): (moer = muur).  de moer doen (Jeuk) III-3-1
de muur lood zetten een muur uitloden:   dǝ mur lut ˲zɛtǝ (Genk), en mūr lwat ˲zętǝn (Uikhoven) II-9
de muur opsauzen pleisteren:   dǝ mūr opsajzǝ (Oud-Caberg) II-9
de muur smeren de ovendeur dichtmaken:   de muur smeren (Tegelen) II-8
de naad vortsnijden wegsnijden:   dǝ nuǝt vurtsnājǝ (Bilzen) II-7
de naald stikken zich heel wat inbeelden; ingebeeld persoon:   dae stik de naeld (Venlo) III-1-4
de naalde indoen vademen:   dǝ nøl endun (Diepenbeek), dǝ nø̜l endøn (Tongeren) II-7
de nabuur uitnoden iemands overlijden aanzeggen:   de nàòber oetnuje (Schimmert) III-2-2
de nabuur zijn buren (ww.?):   de naober zeen (Geleen), dər n‧oͅabər zi.ə (Eys), eine zene naober zien (Maastricht), ziene naober zeen (Nieuwstadt) III-3-1