e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
frullenmuts witte kanten muts waarop een sierkrans werd gedragen:   frøləmuts (Borlo), frøləmøts (Leopoldsburg) III-1-3
frullenrok baaien onderrok:   frellenroͅk (Kermt) III-1-3
frulletje ruche:   frylǝkǝ (Houthalen), volant:   frulleke (Jeuk) II-7, III-1-3
frulletjesmouw mouw met kanten plooisel:   frullekensmouw (Leopoldsburg), Van Dale: frul, (gew.) 1. prul, lintje of str4ikje, beuzelarij, nietigheid.  frøləkəsmøͅ (Hasselt) III-1-3
frulletjesmuts witte kanten muts waarop een sierkrans werd gedragen:   fryləkəsmuts (Borgloon), frøͅləkəsmøͅts (Lummen) III-1-3
frulletjesneusdoek sierlijke omslagdoek: [sic]  frāləkəs’nøzĕŋ (Boekt/Heikant) III-1-3
frullingdoek sierlijke omslagdoek: [sic]  frōͅleŋdōͅək (Kermt) III-1-3
frulmouw mouw met kanten plooisel: [sic]  frölmāə (Velm) III-1-3
frulmuts witte kanten muts waarop een sierkrans werd gedragen:   frolmøͅts (Beringen), frølmuts (Borlo, ... ), witte muts met sierkrans en afhangende linten:   frolmøͅts (Beringen), frulmuts (Opheers), frulmuts(ke) (Neerpelt), frulmöts (Grathem), frəlmŭts (Herk-de-Stad) III-1-3
frunnetje mik:   frunneke (Vlodrop) III-3-2