e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
haat (zn.) haten:   haoət (Herten), wrokken:   haat (Herten (bij Roermond), ... ) III-3-1
haat dragen haten:   āt drāgə (Bevingen), haat drage (Tungelroy), hōͅt drāgə (Herk-de-Stad), nən hoowət dráágə (Loksbergen) III-3-1
haatdragend (bn.) wrokken:   haatdraachənt (Kapel-in-t-Zand) III-3-1
haats hoofd (spotnamen):   haats (Nunhem) III-1-1
habbekratsje kleine hoeveelheid eten: Syst. Veldeke  habbekretske (Kinrooi) III-2-3
habbetjes handen (kindernamen):   habbekes (Tegelen) III-1-1
habijt (<lat.) pak, kostuum: Auw lu-j.  habiet (Uikhoven), b.v. boor en boorin in klook -.  habiet (Maastricht), rokkostuum:   abied (Opglabbeek), habit (Horpmaal), hàbéjt (Bilzen), àbéjt (Bilzen), i en t worden uitgesproken  habit (Eisden) III-1-3
habit (fr.) rokkostuum:   abie (Sint-Truiden), Et. Fr. habit.  àbbï (Tongeren), mv. habbyt\\  habby (As) III-1-3
hachee ragout van gebraden gevogelte:   hasjé (Wijlre) III-2-3
hachelen eten (ww.): bargoens Doe kéns mich de bout hachele: je kunt me gestolen worden "bout"is letterlijk "drol  hachele (Sittard), hede, vlas- of hennepafval:   haxǝlǝ (Grathem, ... ), hāxǝlǝ (Heel), werk:   haxǝlǝ (Schinveld), hāxǝlǝ (Heel, ... ) I-5, II-7, III-2-3