e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hitstweerlicht weerlichtx: t hitstweerlicht  ⁄t hetst-wēͅrlext (Peer) III-4-4
hitte gloed:   hitsje (Jeuk), hitte (Gennep, ... ), zeer warm weer:   heitte (Oirlo), hēdjə (Sint-Truiden), hitte (Maastricht, ... ), hitə (Swalmen, ... ), hète (Blerick), hètet (Afferden), hètte (Blerick) III-2-1, III-4-4
hittekar kar:   hetǝkar (Milsbeek  [(werd getrokken door een hit: een licht paard)]  ) II-8
hitterijder hitterijder:   hetǝrē̜jǝr (Milsbeek  [(de kar werd getrokken door een hit: een licht paard)]  ) II-8
hittetijd bronsttijd:   hitǝtɛ̄t (Bokrijk) I-9
hitteveulen klein paard:   hetǝvø̄lǝ (Venray) I-9
hnisch (du.) doen grijns:   hoonisj dôê (Ubachsberg) III-1-4
hnseln koppig zijn: ? niet in deze betekenis; cf. RhWb (III), kol. 240, s.v. "hänseln"2.a. = zum besten halten, sticheln, necken usw.  ènsələ (Meeuwen) III-1-4
ho kien!: Vgl. Diepenbeek Wb., pag. 99: houw, stop (voor paard)?  hou (Diepenbeek), langzamer:   ho (Nederweert), (Haelen, ... ), stilstaan:   ho. (Riksingen), (Eben-Emael, ... ), o (Eisden, ... ), ō (Eisden, ... ), vlugger:   (Beverst) I-10, III-3-2
ho, ho, ho vleiwoord tot de zogende zeug:   hǫ, hǫ, hǫ (Diepenbeek) I-12