e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kanadasse, een ~ lemen knikker: leemen knikker  ènne ka-na-da-se (Blitterswijck) III-3-2
kanalen monden:   kanā.lǝ (Nunhem  [(stookgangen in de inzet)]  ), rookkanalen:   kanālǝ (Gennep, ... ) II-8
kanarie europese kanarie:   kanarie (Stevensweert), kanarie? (Horn), kenaorie (Oost-Maarland), kenarie (Blerick, ... ), kenarie, knarie (Herten (bij Roermond)), kənōͅri (Zonhoven), eigen spelling; omgespeld  knari (Roosteren), even een e tussen k en n  knarie (Horst), tamme kanarie:   kanalje (Waubach), kanarie (Echt/Gebroek, ... ), kanaries (Wijlre, ... ), kenaarie (Altweert, ... ), kenarie (Heel, ... ), kenoari-j (Beverlo, ... ), kenoarie (Genk, ... ), kenäorie (Gronsveld, ... ), knarie (Baarlo, ... ), kunarie (Venlo), kênariej (Heel), kənā.rə (Hasselt), kənāri (Hamont, ... ), kə’nāri (Meeswijk), (= pietje). Note/opm. v.d. invuller: Hier wordt de hoofdluis, pietje genoemd; mogelijk dat dit komt doordat vogels en dus ook kanaries nogal eens luizen hebben.  kenarie (Venray), Net zó láng ko‰tele, wies ge van \'n paerd nog enne kenarie aover het: steeds maar ruilen, maar er ook steeds bij inschieten  kenarie (Castenray, ... ) III-2-1, III-4-1
kanarie-man man, mannelijke zangvogel:   kanarie-man (Boekend) III-4-1
kanarie-pop pop, vrouwelijke zangvogel:   kanarie-pōp (Boekend) III-4-1
kanariegeel droge verfstoffen:   kǝnārigē̜l (Klimmen) II-9
kanariekruid kruiskruid: -  kanariejkroet (Echt/Gebroek) III-4-3
kanariepiet tamme kanarie:   kanariepiet (Waubach), kenariepiet (Maastricht), kánāāriepiĕt (Nieuwenhagen) III-2-1
kanariepietje europese kanarie: ook: sienè  kenaorie (—piētsje, —viëgelke) (Bilzen), tamme kanarie:   kanarie pietje (Boekend, ... ), kanarie-pietje (Puth), kanariepietje (Doenrade), kanārəpitšə (Sint-Truiden), kenariepietje (Blerick, ... ), knariepietje (Maasbree), kənāripitəkə (Meeuwen, ... ), Zo wordt het ook wel genoemd.  kenariepietje (Venray) III-2-1, III-4-1
kanariepop tamme kanarie:   kenariepóp (Venlo, ... ) III-2-1