e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kamwol kamgaren stof:   kamwol (Herderen, ... ) II-7
kan jager:   kan (Heythuysen, ... ), kán (Alken  [(34a b)]  ), kan:   kan (Altweert, ... ), kan, maat van 1,5 liter: 1 vingerhood = ± 0,01 lieter 1 mäötje = ± 0,10 lieter 1 sjöpke = ± 0,25 lieter 1 pint = ± 0,60 lieter 1 beksjke = ± 1/4 pint 1 hèjfke = ± 1/2 kan 1 kan = ± 1,40 lieter 1 anker = ± 30 kan 1 aam = ± 4 anker 1 iëker = ± 8 kan sjtök = oude wijnmaat van ? vaan = oude biermaat van ? tien = oude kolenmaat van 1/2 hectoliter of 2 kuipen okshoof = oude wijnmaat van ? Alle vorengenoemde maten en gewichten zijn in onbruik. De woorden zijn alleen nog bij ouderen bekend.  kan (Klimmen), kan, maat van één liter:   kaan (Meijel), kan (Herten (bij Roermond), ... ), ⁄n kan (Blerick), (bier).  kan (Susteren, ... ), (nat).  kan (Weert), (vloeistof).  kan (Beesel, ... ), Maten voor vloeibare waren kan inhoud 1,4575 liter verdeeld in 2 halfkens à 0,72875 l. 4 pint à 0,364375 l. 16 vierdelkes (of veedel) 0,09109375 l. 1 maotje à 1/10 liter. Inhoudsmaten Kubieke Sint-Lambertusvoet: 0,02454 m3; Sittarder gelacht 2,900 m3 Gewichten Akens pond: 0,311 kg. Keuls pond: 0,4675 kg. Maastrichts pond voor boter: 0,49689 kg. voor alle andere waren: 0,46766 kg. Het pond was onderverdeeld in: 16 ons Keuls à 0,02921875 kg. of 32 lood Keuls à 0,014609375 kg.  kan (Sittard), koningskop:   kan (Eijsden, ... ), kop, maat van 5 liter: (vloeistof).  kan (Vlodrop), kruik:   kan (Bree, ... ), kān (Borgloon), kwartier, maat van 25 liter:   kan (Jeuk), metalen broeibak:   kan (Lommel), pan of ketel met het hete gietwater:   kan (Borgloon, ... ), schenkkan:   kan (Gelieren/Bret, ... ), soepketeltje:   kan (Roosteren), stroopkan:   kan (Peij) I-11, II-1, II-2, III-2-1, III-4-4
kan men op stokken degelijk:   kan men op stokke (Wijlre) III-1-4
kanaal gracht:   kanaal (Heugem), hoofdkanaal:   kanāl (Meterik), (mv.)  kanālǝ (Sevenum), kanaal:   aa gene kant nie an deze kant van t knaal (Zolder), aan den aandere kaant van het kanaal (Lanaken), aan den aandren kant vant kanaal (Gelieren/Bret), aan den anderen kant van t kanaal (Peer), aan den angere kant van de knaal (Boorsem), aan den annere kant van t kenaal (Opoeteren), aan dēͅ kant van t knaal (Peer), aan dieë kant van t kenaal (Houthalen), aan dn anderen kaant van t kanaul (Kaulille), aan dè kant van het kanaal (Niel-bij-As), aan geene kant van de knaal (Bocholt), aan gene kant van hèt kenaal (Maaseik), aan gene kant van t kanaal (Peer), aan gene kantj van het kanaal (Kessenich), aan gindsen kant van t kanaal (Peer), aan ginne kaant v h kənəl (Sint-Huibrechts-Hern), aan ginnen kant van t kanaal (Peer), aan giəne kant van t kanaal (Kleine-Brogel), aan nare kant van het kanaal (Heusden), aan ən ānərə kant van t kənaal (Peer), aen den aandere kant van het kanael (Hechtel), aen den andere kant van t kenaol (Jesseren), an dandere kant van t kanaul (Mettekoven), an den aandere kaant van t kanaal (Beverst), an den aandere kant van t kanaal (Ulbeek), an den aandre kaant van t kenaal (Gingelom), an den andere kant van het kanâel (Wellen), an den andere kant van t kanaêl (Hechtel), an der andere kant van der kanaal (Lontzen), an diejn kant van het kanail (Hasselt), an dië kaant v h kanoal (Heers), an dən andrə kant van t kanāl (Hasselt), an dən andərə kant vant kanōwl (Wellen), an dən aŋərə kant van də knāl (Stokkem), andən an dərə kant van t kana͂əl (Gutshoven), anəna͂nərə ka͂nt vant kanāl (Hasselt), aon dei kaant do van t kenaal (Vlijtingen), aon den andere kant van t kenaal (Jesseren), aon den anərə kant van t kanaol (Eigenbilzen), aôn den aneren kānt van t kenaôl (Hoeselt), ān dēͅ kant van t kanāl (Mechelen-aan-de-Maas), ān dən āndərə kānt van t kanāl (Lanaken), ān genə kant van t kānāəl (Maaseik), ān gēne kant van t kanaal (Neeroeteren), ān gēnə kant fanət kənāl (Molenbeersel), ān gīenə kant vant kānḁ̄l (Opglabbeek), ānən anərəkant van t knāl (Neerglabbeek), āun gēnə kḁnt van hət kanāl (Lummen), a͂ gīənə kānt fan t kəna͂wəl (Zonhoven), a͂n də andərə kā t van t kanâl (Zichen-Zussen-Bolder), canàl (Bree), en den andere kant van t kanoal (Mal), en den anere kant van het kanaōl (Vreren), en dije kant van het kanāāl (Loksbergen), euver het kanaal (Diepenbeek), eͅn dən andəre kaənt van t kanoͅl (Neerpelt), ieever t kenaal (Opoeteren), jeuvert kanaal (Zichen-Zussen-Bolder), kanaal (Amby, ... ), kannaal (Posterholt), kanoa-el (Eksel), kenaal (Blerick, ... ), kennōāl (Hoeselt), knaal (As, ... ), knāāl (Maastricht), kànāāl (Nieuwenhagen), kànààl (Heerlen), kànáál (Epen, ... ), kánaal (Gennep), kánáál (Opglabbeek), káánáál (Guttecoven, ... ), kénaal (Maastricht), kənaa.l (Grathem, ... ), kənaal (Meijel), kənāl (Houthalen, ... ), kənōəl (Herk-de-Stad), kənoͅ[ə}l (Loksbergen), kənoͅəl (Veulen), kənà:l (Hasselt), kənààl (Loksbergen, ... ), kənáál (Heel), n ānere kānt van t kenāl (Beverst), nie aon deze kant van t kenaal (Hoeselt), oan den aondere kaaont vant kenoal (Nieuwerkerken), oan-aandre van t kenajl (Vliermaalroot), on deaandere kaant vant kanaal (Zichen-Zussen-Bolder), on den aandere kant van het konoal (Bilzen), on den aandre kaant van t kenoal (Tongeren), on djie kaant van t knāl (Achel), on dê kaant vanet kanaal (Zichen-Zussen-Bolder), on də nānrə kant van hət kənōͅl (Genoelselderen), oon den aneren kant van de kanaol (Mopertingen), ou genne kant vant kanoul (Kwaadmechelen), ōͅn dən ānərə kant vant kənāl (Zutendaal), oͅn dē kant vant kanōͅl (Herk-de-Stad), oͅn dī kant van t kənōͅl (Borgloon), oͅn dən āndərə kānt van t kanōͅl (Sint-Truiden), oͅn genə kḁ̄nt vḁn t kənōͅəl (Hamont), va genne kant van t kanaal (Landen), ø͂ͅn dən āndrə kānt van ət kanāl (Zichen-Zussen-Bolder), als Frans un  ûn den ānere kānt van het kênaol (Genoelselderen), angere: zuivere g  aan den angere kaant van de knaal (Rekem), bevaarbare vaarten zijn niet aanwezig  kənaal (Baarlo), de = overkant  ān dēͅ kānt van də knāl (Lanaken), kanaal  kənāl (Opoeteren), kaneael: ae zoals in jean  an den aandere kant van het kaneael (Jeuk), kenal: a = Engelse all  oͅn den andere kant van t kenal (Sint-Huibrechts-Lille), knol: Duits  ɛn de āndere kānt van t knōl (Rosmeer), Note v.d. invuller:  kanaal (Meijel), o.  kan‧āl (Eys), on en kenol: gerekte o  on den annere kant van t kenol (Werm), onzijdig  aan d ander zij v t kanaal (Stevoort), water  knaol (Eksel), ê als in t Frans tête  etan dê kant de knaal (Eisden), riool:   kanaal (Horn, ... ), kanoal (Eijsden), əŋə kanāl (Vaals), schoorsteen:   kanāl (Klimmen), stookkanaal:   kanǭl (Venray), watergoot bij onderslagmolens:   kanāl (Lauw), kǝnǭ.l (Lauw) II-3, II-4, II-8, II-9, III-3-1
kanaalafloop riool:   canaalafloop (Montzen) III-3-1
kanaaldijk weg langs de hoofdvaart:   kanāldik (Griendtsveen) II-4
kanaalsteen holle steen:   kanālštęj.n (Tegelen) II-8
kanaalstevel waterdichte laars:   kanālštevəl (Montzen), kanālštevələ (Montzen) III-1-3
kanaaltjes luchtkanalen:   kanɛ̄lkǝs (Thorn), waterlossing:   knaǝlkǝs (Vliermaal) II-4, II-8
kanaar kanaal:   aan dè kant van de knaar (Boorsem), aon dei kant van d kanar (Veldwezelt), ān dən anəreə kant vand də knār (Mechelen-aan-de-Maas), ān dɛ̄ kant fan də knār (Rekem), kanaar (Mechelen-aan-de-Maas), kenaar (Bunde, ... ), knaar (Maastricht, ... ), knāār (Maastricht), kənaar (Maastricht, ... ), kənààr (Maastricht), kənáár (Maastricht) III-3-1