e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
karreerd kleed geruite jurk: Sub karreerd.  e karreerd kleed (Kerkrade) III-1-3
karreerde rok (~du.) geruite jurk:   kareerde rok (Kerkrade) III-1-3
karreest soorten patronen of dessins:   karēst (Bleijerheide) II-7
karrel rafel: Van Dale: karrel, z. karl -> uitgehekelde hennep tot garen voor fijn touw en zeildoek; zulk garen  karrels (Heusden), karrəls (Koersel), karəln (Zonhoven), kerrels (Beringen, ... ), vod: b.v. ze ha mèr wa kèrrels on ze was in lompen gekleed. Van Dale: karrel, z. karl -> uitgehekelde hennep tot garen voor fijn touw en zeildoek; zulk garen  kèrrel (Beverlo) III-1-3
karren karren:   karǝ (Eijsden, ... ), kārǝ (Eygelshoven, ... ), kē̜rǝ (Houthalen), kęrǝ (Kinrooi, ... ), kɛrǝ (Achel, ... ), vlug lopen: B.v. dao zoog-sen hem van kerre.  kerre (Herten (bij Roermond)), woest, wild rijden:   karre (Mheer) I-13, III-1-2, III-3-1
karrenas stootring:   kɛrǝas (Herkenbosch, ... ) I-13
karrenbak bak:   karǝbak (Bree, ... ), kē̜rǝbak (Eksel), kɛi̯ǝrǝbak (Gelinden, ... ), kɛrǝbak (Montfort, ... ), stortkar:   karǝbak (Maaseik), karǝnbak (Leopoldsburg) I-13
karrenband wielband:   karǝbant (Hoensbroek, ... ), kārǝbaŋk (Schaesberg), kɛrabantj (Swalmen), kɛrǝbanjt (Beesel) II-11
karrenber(ri)g berrie:   karǝbø̜rx (Sittard) I-13
karrenbeslag wielband:   karǝbǝšlāx (Herkenbosch, ... ), kɛrǝbǝslāx (Echt, ... ) II-11