e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
klakje binnenshuismutsje voor bejaarde mannen:   kleͅkskə (Grote-Spouwen), klɛkskə (Wintershoven), kalot:   kleͅkskə (Sint-Truiden), klɛkskə (Wintershoven), pet: algemeen:   klekske (Neerpelt), kleͅkskə (Bocholt, ... ), petje:   klakjǝ (Schinnen), klɛkskǝ (Diepenbeek, ... ) II-9, III-1-3, III-3-3
klakkebuis proppenschieter:   klakkebuis (Hasselt), klakkebuus (Opgrimbie), klakkebèùus (Rotem) III-3-2
klakkebus proppenschieter:   klakkebus (Lanaken), klakkəbes (Peer), Wij deden dit met een fietspomp  klakkebus (Peer) III-3-2
klakken fluimen uitspuwen: WNT: klakken (II), II): Met klakken of kladden bemorsen.  klākə (Bocholt), klinken:   klakken (Wolder/Oud-Vroenhoven), met de zweep slaan of geluid geven:   kla.kǝ (Hoeselt, ... ), klaka (Koninksem, ... ), klakǝ (Berg, ... ) I-10, III-1-1, III-1-2
klakkerd hoed: spotnamen: [sic]  klakkert (Susteren), spotnaam voor hoge hoed:   klakkert (Susteren) III-1-3, III-2-2
klakkers kleppers:   klakker (As) III-3-2
klakkertjes kleppers:   klakkerkes (Genk) III-3-2
klakkeslag snoer:   klakǝslǭx (Beverst) I-10
klakkesteel steel:   klakǝstēi̯l (Beverst) I-10
klakpijp proppenschieter: of pijp?  kläkpyp (Peer) III-3-2