e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
klaffen aangeven, verklikken: vgl. Kerkrade Wb. (pag. 139): klafe, kletsen, klikken, roddelen.  klafe (Kerkrade) III-3-1
klagen aanhoudend klagen:   klaage (Vlodrop), klagen (Born, ... ), klaoge (Caberg, ... ), klāāgə (Reuver), klagen:   de nōēed klaage (Venray), klaachə (Kapel-in-t-Zand), klaage (Geulle, ... ), klaagə (Epen, ... ), klache (Vaals), klage (Amby, ... ), klagen (Gulpen, ... ), klagə (Doenrade, ... ), klagən (Urmond), klaoge (Caberg, ... ), klaogə (Maastricht), klare (Kerkrade), klāāgə (Nieuwenhagen), klāge (As), klāgə} (Meeuwen), kloagen (Eigenbilzen), klààge (Geleen), klààgə (Amstenrade, ... ), klááge (Oirsbeek), kláágə (Heerlen), kläöge (Maastricht), stein en bein klage (Venlo), kniezen:   ... altijd aan t klâôge (Wellen), hé klaagt altijd (Hasselt), kla͂gə (s-Herenelderen), kláágə (Loksbergen), kreunen:   klage (Oirlo), krollen: WBD/WLD  klagen (Ophoven), zuchten:   klagə (Lozen) III-1-4, III-2-1, III-3-1
klaggen spruw:   klagge (Meijel) III-1-2
klak baret:   klak (Panningen), fluim: WNT: klak (III): - kwak, klodder, klad, spat, smet, vlek enz.  klaak (Bree, ... ), halfhoge pet met opstaand bovenstuk:   klak (Beringen), hoed: spotnamen:   klak (Mal, ... ), hoge pet met opstaand bovenstuk: i.e. pet.  klak (Vliermaal), muts: algemeen:   klak (Beringen, ... ), pet met brede klep:   klak (Beek, ... ), pet met opstaand bovenstuk:   klak (Hasselt, ... ), V.d. boeren.  klak (Beringen), pet: algemeen:   kla.k (Borgloon, ... ), klak (Achel, ... ), klak(ə) (Bocholt), klaok (Opglabbeek), klāk (Leopoldsburg), klep (Ospel), klàk (Hechtel, ... ), klâ.k (Hechtel), klâk (Gronsveld), kläk (Sint-Truiden, ... ), <Fr. clacque, o.a. klephoed.  klak (Gronsveld), [Oorspr. opg. lulak -> (moeilijk leesbaar/1e letter misgelezen?) -> klak, rk]  klak (Weert), fluutsklak = oud, versleten klak  klak (Meeuwen), Fr. chapeau-claque.  klak (Hasselt), klák (Zonhoven), Fr. clacque.  klak (Tungelroy), informant: is zeer oude uitdrukking  klak (Maasniel), kalpein = ronde muts zonder klep  klak (Kozen), klak = met klep  klak (Bilzen), klak = met klep moets = zonder klep  klak (Ulbeek), klak = met klep muets = zonder klep  klak (Wimmertingen), klak = voor mannen gewoonlijk met klep pots = jongelingen  klak (Beringen), Klak staat in verband met klakken (= klapperen een klak moet dus een speciaal soort pet geweest zijn die een klappend geluid veroorzaakt. Zie W. Roukens IA, p.195. Zie ook Schuermans I, p. 244, kol. b.: hij denkt ook aan het geluid dat een klak veroorzaakt, nl. door de klep(visière). Vgl. ook P.A.F. van Veen, Etymologisch Woordenboek. Van Dale Lexicografie, Utrecht, 1989: klak < fr. (chapeau) claque van claque (= klap met de vlakke hand, klanknabootsing).  klak (Achel, ... ), klak voor mannen muts voor schooljongen  klak (Kerkom), loef = ouw klak  klak (Zutendaal), Met klep aan.  klak (Berg), Met klep.  klak (Houthalen), moets = alpenmuts  klak (s-Herenelderen), moets = zonder klep  klak (Sint-Lambrechts-Herk, ... ), muts = zonder klep  klak (Kortessem, ... ), muts; müts  klak (Hushoven), møts = voor kinderen kalot = muts met klep voor mannen (veel genruikt)  klak (Moelingen), møts = zonder klep en voor jongenspet  klak (Kanne), Pet.  klak (Opglabbeek), poets = rond en zonder klep  klak (As), pooets = bérèt der kinderen  klak (Niel-bij-As), pots = alpenmuts klots = barret  klāk (Lanaken), pots = doosvormig mits = tootvormig  klak (Peer), potske = zonder klep  klak (Overpelt), puts = ronde muts met n randje - schoolkinderen  klak (Bocholt), pät = met klep  klak (Sint-Huibrechts-Lille), rond met klep aan muts; müts  klak (Weert), rond met stijve klep  klak (Weert), Zeldzaam.  klak (Wilderen), petje:   klak (Houthalen), vlak, gelijk:   klak (Horn), zweep:   klak (Beverst, ... ), zweep van de koeherder:   klak (Hoeselt) I-1, III-1-3, I-10, I-11, II-9, III-1-2, III-1-3
klak (mest) een riek mest:   klak (Tongerlo  [(niet verbrokkelde mestklont)]  )
klak bet klep pet met opstaand bovenstuk:   klak bə klep (Halen) III-4-4
klak met een grote klep pet met brede klep:   klak mee een grote klip (Beverlo) III-1-3
klak met stijve klep pet met opstaand bovenstuk:   klaok meͅt stīfkleͅp (Opglabbeek) III-1-3
klak met zonneklep pet met brede klep: [Spelling, cfr. Van Dale zonneklep]  klak mē zonəklep (Beverlo) III-1-3
klakbus proppenschieter:   klagbös (Maastricht), klakbeus (Hergenrath) III-3-2