e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
klaksoon kletsoor:   klaksōn (Vreren), klakšūn (Lauw) I-10
klaksoor kletsoor:   klaksōr (Vreren) I-10
klakstoor kletsoor:   klakstōr (Rutten), klakstōǝr (Koninksem) I-10
klam kalm, bedaard:   klam (Buggenum), klam, klef:   klaam (Amby, ... ), klaam aonveulə (Maastricht), klam (Beesel, ... ), klamme (Geleen, ... ), klamp (Hoeselt, ... ), klā.m (Eys), klāām (Nieuwenhagen), klām (Heerlen, ... ), klum (Eigenbilzen), klàm (Doenrade, ... ), klàmp (Loksbergen), klám (Guttecoven, ... ), kláám (Epen, ... ), klef, wat ongaar brood = dérref broed.  klaam (Maastricht), klamvaars:   klam (Heerlerheide), klauw:   klam (Neeritter, ... ), klemhaak, ketelklem:   klam (Zutendaal), kliefbijl:   klam (Maaseik), kram:   klam (Mechelen, ... ), (mv)  klamǝ (Maasmechelen, ... ), klamǝrs (Kinrooi, ... ), klęm (Hoeselt), kram voor de steunhouten van het hoogsel:   klam (As, ... ), lederhard:   klam (Ottersum), luns:   klám (Stokkem), neusring:   klam (Maasmechelen, ... ), schieter:   klam (Genk), stalen steigerverbinding:   klam (Eys, ... ), steunklos:   klám (Genk), strekijzer:   klam (Genk  [(Winterslag / Waterschei)]   [Eisden]), wisselvallig weer:   klàm (Kerkrade) III-4-4, II-1, I-11, I-12, I-13, II-11, II-12, II-3, II-5, II-8, II-9, III-1-4, III-4-4
klam (weer) benauwd en vochtig weer:   klaam weer (Gronsveld), klaam weir (Heer), klamə (Eupen), druilerig en koud weer:   klaam (Caberg, ... ), klam (Arcen, ... ), klam wair (Horn), klam wèèr (Stein, ... ), klamm (Horn), klāām (Simpelveld, ... ), klām (Eys), klàm (Doenrade, ... ), klàmp (Loksbergen, ... ), klàəmp (Haelen), kláám (Maastricht), koud, mistig en somber weer:   klaam (Eys), klam (Beesel), klamm (Horn), klamp (Hoeselt), klāām (Maastricht), klám wéér (Susteren)
klam brood te nat:   klām brut (Noorbeek)
klam en koud druilerig en koud weer:   kláám en kaoət (Nieuwenhagen) III-4-4
klam trekken klam trekken:   klam trɛkǝ (Geistingen, ... ) I-11
klamaaks dommekracht:   klamāks (Klimmen) II-12
klamanderen kletsen:   klamandere (Hasselt), klemandere (Hasselt), Hasselt Wb. (pag. 222): *klamanderen: z.o. kletsen.  klamanderen, klama.ndere (Hasselt), Hasselt. (IV, 118)  klamanderen (Hasselt), syn.: zie bemmeln.  klammoiner`n (Diepenbeek) III-3-1