e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bokking bokkem: bukkem (Nuth/Aalbeek), bukkəm (Nuth/Aalbeek) haring; Hoe noemt U: Een gerookte haring (massisse, bukkem, boesterin, boksharing) [N 80 (1980)] III-2-3
bolhoed: algemeen bolhoed: bolhood (Nuth/Aalbeek) bolhoed [N 25 (1964)] III-1-3
bolle wangen een kop wie een riethamer: une kop wie ene riethamer (Nuth/Aalbeek) wang: bolle wangen [toetwange, zwabberkaken, volle maan] [N 10 (1961)] III-1-1
bont als apart kledingstuk pels: pels (Nuth/Aalbeek) bont, zachtharig dierenvel (das, vos, e.d.) als los kledingstuk [poes, pels, mansjel] [N 23 (1964)] III-1-3
bont en blauw slaan bont en blauw slaan: bond ɛn blāuw Xəsjlāgə (Nuth/Aalbeek) bont en blauw geslagen [RND] III-1-2
bonte kraai bonte kraai: bonte krao (Nuth/Aalbeek), grijze kraai: gries krōa (Nuth/Aalbeek) Hoe heet de bonte kraai? [DC 06 (1938)] III-4-1
bontkraag bontkraag: bontkraag (Nuth/Aalbeek) kraag van bont [N 23 (1964)] III-1-3
bontmantel bontjas: bontjas (Nuth/Aalbeek) bontmantel [N 23 (1964)] III-1-3
boog boog: boͅ.əch (Nuth/Aalbeek) boog [RND] III-3-2
boom (alg.) boom: baum (Nuth/Aalbeek), boͅu̯m (Nuth/Aalbeek) boom [DC 35 (1963)], [RND] III-4-3