e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bidden uit dankbaarheid: dankgebed dankgebed: dankgebed (Nuth/Aalbeek) Bidden uit dankbaarheid [danke?]. [N 96B (1989)] III-3-3
bidprentje dodenprentje: doeëdeprentje (Nuth/Aalbeek) een bidprentje, doodsprentje, gedachtenisprentje, tijdens de uitvaartdient uitgereikt, "beeldje"[doeëdetsiddel] [N 96D (1989)] III-2-2
bidstond bedestond: bèèstónd (Nuth/Aalbeek) Een aanbiddingsuur of bidstonde, aan elk van de wijken of groeperingen van de parochie toegewezen gedurende deze aanbiddingsdagen [bidstond, bèèjstónd, be------nsjtónd?]. [N 96B (1989)] III-3-3
biecht biecht: biech (Nuth/Aalbeek) De biecht [biech]. [N 96D (1989)] III-3-3
biecht horen biecht horen: biech huure (Nuth/Aalbeek) Biecht horen door de priester. [N 96D (1989)] III-3-3
biechteling biechteling: biechteling (Nuth/Aalbeek) De biechteling, de gelovige die gaat biechten. [N 96D (1989)] III-3-3
biechten (gaan) biechten (gaan): goan biechte (Nuth/Aalbeek) Biechten, te biecht gaan, biecht spreken [zich biechte]. [N 96D (1989)] III-3-3
biechtstoel biechtstoel: biechstool (Nuth/Aalbeek) De biechtstoel, het meestal houten optrekje waarin de priester biechthoort [biech(t)sjtool?]. [N 96A (1989)] III-3-3
biechttijd biechttijd: biechtied (Nuth/Aalbeek) Biechttijd(en), gelegenheid tot biechten. [N 96D (1989)] III-3-3
biechtvader biechtvader: biechvader (Nuth/Aalbeek) De biechtvader [biechvadder]. [N 96D (1989)] III-3-3