e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
afgunst jaloers: sjeloes (Nuth/Aalbeek) Afgunst, jaloezie. [N 96D (1989)] III-3-3
afgunstig afgunstig: aafgunstig (Nuth/Aalbeek) Afgunstig. [N 96D (1989)] III-3-3
afhangend kuifje (bij kortgeknipt haar) pony: ponnie (Nuth/Aalbeek) haar, kortgeknipt ~ met alleen van voor een afhangend kuifje [ponnie, tuil] [N 10 (1961)] III-1-1
afkoken kort koken: kort kaokə (Nuth/Aalbeek), stoven: stoovə (Nuth/Aalbeek) Hoe noemt U: Met (in) weinig water gekookt, gezegd van groenten (kort) [N 80 (1980)] III-2-3
aflaat aflaat: aafloat (Nuth/Aalbeek) Een aflaat [ablas?]. [N 96B (1989)] III-3-3
afloeren, bespieden afloeren: aafloere (Nuth/Aalbeek) kijken: afloeren [aafvinke] [N 10 (1961)] III-1-1
afraffelen afraffelen: aafraffele (Nuth/Aalbeek) (te) snel bidden, een gebed afraffelen. [N 96B (1989)] III-3-3
afwas afwas: aafwesj (Nuth/Aalbeek) het gezamenlijke vaatwerk, dat op een bepaald moment afgewassen moet worden [DC 15 (1947)] III-2-1
afwassen afwassen: aafwèsje (Nuth/Aalbeek), afwessche (Nuth/Aalbeek), spoelen: sjpeule (Nuth/Aalbeek), speule (Nuth/Aalbeek) vaatwerk (borden, lepels, messen, pannen, enz.) met behulp van warm water of zeepsop schoonmaken [DC 15 (1947)] III-2-1
afwasteil, afwasbak spoelbak: speulbak (Nuth/Aalbeek) afwasbak [N 07 (1961)] III-2-1