e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
afwaswater spoelwater: sjpeulwater (Nuth/Aalbeek, ... ), speulwater (Nuth/Aalbeek) Het water, vermengd met zeep of soda, waarin het vaatwerk afgewassen moet worden [DC 15 (1947)] || Hoe noemt u in uw dialect het water waarin men de vaat doet/gedaan heeft? [N105 (2000)] III-2-1
agnus dei agnus dei: anjus dei (Nuth/Aalbeek) Het (vaste) misgezang dat na het Onze Vader wordt gezongen, het Agnus Dei. [N 96B (1989)] III-3-3
allerheiligen allerheiligen: allerheilige (Nuth/Aalbeek), Allerheiligen (Nuth/Aalbeek) 1 november Allerheiligen [allerhillieje]. [N 96C (1989)] || Allerheiligen. [N 06 (1960)] III-3-3
allerzielen allerzielen: allerzeele (Nuth/Aalbeek), Allerzielen (Nuth/Aalbeek) 2 november, Allerzielen [allerzieële]. [N 96C (1989)] || Allerzielen. [N 06 (1960)] III-3-3
alpinomuts pinomuts: pinomutsch (Nuth/Aalbeek) alpino(muts) [patsj] [N 25 (1964)] III-1-3
als getuige ten doop komen getuigen: getuuge (Nuth/Aalbeek) Als getuige ten doop komen [an doof kómme]. [N 96D (1989)] III-3-3
altaar altaar (<lat.): altaor (Nuth/Aalbeek) Een altaar [altaor, altooër, alter, outaar, outer?]. [N 96A (1989)] III-3-3
altaarbel schel: sjel (Nuth/Aalbeek) De 3 of 4 belletjes omvattende bel/schel, die door de misdinaar bediend wordt [schel, sjel?] . [N 96B (1989)] III-3-3
altaarretabel drieluik: drieluuk (Nuth/Aalbeek) Een altaarretabel, -triptiek, -drieluik. [N 96A (1989)] III-3-3
ampullen ampullen (<lat.): ampölle (Nuth/Aalbeek) Het water- en het wijnkannetje die in de mis gebruikt worden, ampullen [pölle?]. [N 96B (1989)] III-3-3