e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
biljet van twintig gulden twintig gulden: twintig gŭlle (Nuth/Aalbeek) 20 gulden, een biljet van ~ [N 21 (1963)] III-3-1
biljet van vijfentwintig gulden vijfentwintig gulden: vief en twintig gŭlle (Nuth/Aalbeek) 25 gulden, een biljet van ~ [N 21 (1963)] III-3-1
biljet van vijftig gulden vijftig gulden: fieftig gŭlle (Nuth/Aalbeek) 50 gulden, een biljet van ~ [N 21 (1963)] III-3-1
binnenzak binnentas: binnetesj (Nuth/Aalbeek) binnenzak van een jas [binnetes] [N 23 (1964)] III-1-3
bisdom bisdom: bisdom (Nuth/Aalbeek) Een bisdom of diocees. [N 96D (1989)] III-3-3
bisschop bisschop: busschop (Nuth/Aalbeek) Een bisschop [busschop, biskop, bissjep]. [N 96D (1989)] III-3-3
bivakmuts bivakmuts: bivakmutsch (Nuth/Aalbeek) bivakmuts, nauw om hoofd en hals sluitend wollen muts die alleen een deel van het gezicht onbedekt laat [N 25 (1964)] III-1-3
blaasbalg van het orgel blaasbalg: bloasbalg (Nuth/Aalbeek) De blaasbalg van het orgel. [N 96B (1989)] III-3-3
bladkool, snijkool valse, een -: valsche (Nuth/Aalbeek) [N Q (1966)] I-7
blasiuszegen blasiuszegen: blasius zège (Nuth/Aalbeek) De Blasiuszegen waarbij de priester twee kaarsen kruiselings vasthoudt. [N 96C (1989)] III-3-3