e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
duiveltje bies: luzula; syn.: kamke  dyvəlkə (Meeswijk), bloedzuiger:   duveltje (Achel), doofpot:   dūūvelke (Tegelen), giftige paddestoel: WLD  dûvelke (Beesel), guit, schalk:   dievelke (Mopertingen), lage kachel voor de ketel met was of veevoer:   dȳ.vǝlkǝ (Ingber), dȳvǝlkǝ (Halen, ... ), dø̜i̯vǝlkǝ (Bocholt), dīvǝlkǝ (Beverst), d˙ȳvǝlkǝ (Eys), (mv)  dø̜i̯vǝltjǝs (Tessenderlo), ongehoorzame jongen:   dûvelke (Schimmert), ovenverlichting:   dȳvǝlkǝ (Maastricht), potkachel:   dej.velke (Hasselt, ... ), duvelke (Gronsveld), duùvelke (Venlo), dy(3)̄.vəlkə (Altweert, ... ), dy(3)̄vəlkən (Diepenbeek), dyvəlkə (Kortessem, ... ), dyvəltjə (Gennep, ... ), (rond en op 4 poten)  dĭĕvelke (As, ... ), Dat duvelke verwerremt de hiel kamer  duvelke (Maastricht), Det di-jvelke hitst wi-j terdi-jvel  di-jvelke (As, ... ), kacheltje  dūvelke (Castenray, ... ), om de was op te koken  dy(3)̄vəlkə (Lanaken), sik: Aan de lip.  duvelke (Grathem) I-6, II-1, III-1-1, III-1-4, III-2-1, III-4-2, III-4-3
duiveltjeshaar dons, nestveren:   di-jvelkeshaor (Hasselt), duivelkeshaor (Neerpelt), duvelkeshaor (Hasselt), dyjəvəlkəshuoͅr (Zonhoven), eerste baardharen:   dievelkeshoar (Peer), [Paragraaf: lichaam]  duvelkeshaor (Boorsem) III-1-1, III-4-1
duivemest soorten van dierlijke mest:   dáu̯vǝ[mest] (Tongeren), dø̜̄vǝ[mest] (Hasselt  [(ter bemesting van aardappelen)]  ) I-1
duiven houden voor de liefhebberij tijdverdrijf: Opm. invuller heeft hierbij geen benaming gegeven voor de persoon die dit doet!  d‧uvə hoͅ.tə vy.ər də l‧īph‧ābər‧eͅi̯ (Eys) III-3-2
duiven van pastoor (mv.) kauw:   doeve van pestoer (mv.) (Venlo) III-4-1
duiven vangen de voor het spel uitgekozen duif in een mand stoppen:   douvevangen (Rijkhoven) III-3-2
duivenakker veld, open land:   dōēvən-akker (Gennep) III-4-4
duivenbak inrichting waarin de duiven zich kunnen wassen:   douvebad (Rijkhoven), voederbak:   dūvəbak (Meijel) III-3-2
duivenbek ooievaarsbek:   doevebek (Tungelroy), douvebek (Wijlre), dōēve-bek (Oirlo), WLD  doeve bek (Montfort) III-4-3
duivenbonen andere voedermengsels: Opm. v.d. invuller: zijn kleine vlodderbonnen (kleine weulewoepe, kleine tuinbone).  duivebonnen (Meijel), kapucijner:   doeveboeəne (Simpelveld), tuinbonen:   dóéveboan (Pey), kleiner (dan paerdsboën)  doeveboën (Oirlo), voor duiven  döjvəbŏĕn (Lanaken) I-7, III-3-2