e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
faèade gevel:   fasaad (Maastricht), fasaat (As, ... ), fasat (Heers), fasāt (Bleijerheide, ... ), fasa͂t (Sint-Truiden), fassaat (Zonhoven, ... ), fassa͂d (Hasselt, ... ), fassàad (Tongeren), fessaat (Zonhoven), fessa͂d (Hasselt), fəsāt (Bilzen, ... ), fəsa͂t (Hasselt), ¯ hoes mèt ¯n breij fasaad  fasaad (Maastricht) III-2-1
faïence gleiswerk:   fajãs (Hasselt), fajẽs (Borgloon) II-8
fedderen zich haasten:   feddere (Vlodrop) III-1-2
fee berk:   feej (Gennep, ... ), kind (troetelnaam): znd 11, B7  fee (Koninksem) III-2-2, III-4-3
feeks bazige vrouw:   feeks (As), fieks (Heerlen), gemene vrouw:   feeks (Beesel, ... ), kwaadspreekster:   ein fäks (Schimmert), feeks (Elen, ... ) III-1-4
feenselen mooi pratend het paard op de nek kloppen:   fē̜nzǝlǝ (Schimmert  [(strelen)]  ) I-9
feep kinderfluitje:   (n) feep (Lommel), feep (As, ... ), feep van zachte kolle (Tienray), fepe (Ittervoort), feêp (Weert), feêpe (Weert), fēp (Heel, ... ), fi:p (Eksel), fiep (Gennep, ... ), fiepen (Born), fieëp (Maaseik), fīp (Eksel), foehp (Genk), 1. Een "feep"is een rond houten kokertje, waaraan aan èèn kant een opblaasbaar ballonnetje is bevestigd. Aan de andere kant van het kokertje kan men het ballonnetje opblazen. Bij het leeglopen van het ballonnetje brengt de feep, door de ontsnappende lucht, een fluitend ("feepend") geluid voort. Enige decennia geleden waren deze "feepe"vooral op kermissen te koop.  feep (Herten (bij Roermond)), 1. Óngerwaeges maakdje ich mich ein feep van kaoresteel.  feep (Echt/Gebroek), 3. Soms spottend voor houten blaasinstrument.  feep (Venlo), = [131]  fieëp (Maaseik), [Met afbeelding].  feep (Tegelen), fluit met ballon  fēp (Roermond), gemaakt van de stengel van een paardebloem  feep (Ell), gevouwen blaadjes  feep (Blerick), Graanstengel.  feep (Geistingen), groene rogge  feep (Venray), Kunt gij een feep maken?  fep (Lommel), Oppe kirmes höbbe de kinjer zich ein feepke gekoch.  feep (Swalmen), Sub FLUIT.  feep / fiep / fiemp (Posterholt), van allerlei veldvruchten  feep (Vlodrop), van een roggehalm  feep (Maasbree), van een strohalm gemaakt  feep (Bocholt), van jonge graanstengels  feep (Thorn), van korenhalm  feep (Susteren), van korensprietje  feep (Kelpen), van vlierbes  feep (Melick), kinderfluitje add.: Ook kermistuig in eenvoudiger vorm.  feep (Geistingen), mondstuk:   feep (Venlo), ondeugende vrouw:   feep (Ospel), slons (slodder?):   feep (Beverlo), tromp?:   feep (Blerick, ... ), fiep (Posterholt), [Met afbeelding].  fee:p (Roermond), Een eigengemaakte feep maakte men van een korenhalm.  feep (Venray), vrouwelijk geslachtsdeel:   feep (Kerkhoven, ... ) III-1-1, III-1-4, III-3-2
feepje kinderfluitje:   (ə) feepken (Lommel), feepke (Kaulille, ... ), fēpkə (Thorn), fiepke (Geulle), fipkə (Gennep), 131  feepke (Rekem), 132  feepke (Rekem), Eéntonig fluitje van lindenhout.  feepke (Eksel), NB feepke maaken: korenfluitje maken. Als het koren in de aar komt (nog groen is) kan men het bovenste stuk van de stengel uit de schede van het onderste deel trekken. Als men enkele centimeters van de onderzijde afsnijdt kan men dit buisje in de mond in een ovale stand drukken tot men op een gegeven moment bij het blazen een fiepend geluid hoort. Feepjes kunnen ook gemaakt worden van groot gras soort.  feepke (Eksel), Van korenstengel.  fi-jpke (As) III-3-2
feest <naam>:   feest vieren (Sint-Lambrechts-Herk), feiəst (Oostham, ... ), fiest viere (Beringen), fiest vieren van (Achel), iemand ze fes viere (Wellen), imand ze feest viere (Sint-Lambrechts-Herk), imand zen fest vieëre (Groot-Gelmen), jomant ze fes vieren (Heers), ze fees viere (Genoelselderen), ze feest vieren (Diepenbeek), ze fiest viejsr (Hasselt), bruiloft:   fies (Maastricht), feest:   de fiest lyp af zondər da doə lidje gəzūŋə wő̅t (Sint-Truiden), dei feest verliep zonder da er e lied gezoenge was (Linkhout), faist (Neer), feaste (Guttecoven), fee:s (Roermond), feejs (Geleen), fees (Borlo, ... ), feest (Born, ... ), feis (Bilzen, ... ), feist (Ophoven), fes (Bocholtz, ... ), fest (Diepenbeek, ... ), feəs (Ulbeek), fēs (Maastricht, ... ), fēst (Roermond), feͅs (Epen, ... ), feͅst (Meijel), fi-est (Lommel), fie"st (Beverlo, ... ), fie-est (Grote-Brogel, ... ), fiees (Blerick, ... ), fieest (Doenrade, ... ), fiejs (Reuver), fiejst (Bocholt), fienst (Lanklaar), fies (Blerick, ... ), fies(j)t (Zonhoven), fies(t) (Heerlen), fiest (As, ... ), fieës (Herten (bij Roermond), ... ), fieës(t) (Venray), fieëst (Bocholt, ... ), fieəst (Nieuwerkerken, ... ), fiĕst (Stevoort), fijest (Meldert), fis (Diepenbeek, ... ), fist (Diepenbeek, ... ), fiès (Eisden), fiêst (Bocholt), fiës (Boorsem), fiëst (Neeroeteren, ... ), fiəs (Hasselt, ... ), fiəst (Beverlo, ... ), fīēs (Hasselt), fīēst (Maaseik, ... ), fīs (Lanaken, ... ), fīst (Herk-de-Stad, ... ), fīəs (Amstenrade, ... ), fīəst (Bocholt, ... ), fīəstə (Venray), fjes (Geulle), fjest, fest (Hamont), fjeͅs (Urmond), fjeͅst / feiəst (Lommel), fjäst (Hamont), fjèst (Beverlo, ... ), fjêst (Lommel), fèist (Mechelen-aan-de-Maas), fès (Hoeselt, ... ), fèst (Achel, ... ), fés (Martenslinde, ... ), fést (Meijel), fééjest (Paal), fês (Ulbeek, ... ), fɛis (Bilzen), fɛs (Gutshoven, ... ), het fees verluup zonder dat do è liedje gezongen jaude (Rosmeer), het feest ging voorbij, zonder dat een lied werd gezongen (Sint-Martens-Voeren), het feest verliep zonder dat er ee bitje woert gezonge (Gelieren/Bret), het feest verliep zonder dat er een lied gezongen werd (Hechtel, ... ), het feest verliep zonder dat er een lied gezongen woord (Zolder), het feest verliep zonder dat er n lied gezongen werd (Kleine-Brogel), het fest ging vorbij zonder dat er e lieke gezongen werd (Neerpelt), het feëst verleef zonder dat er gezoengen woar (Kessenich), het fēs es afgelope zonder da ze gezoenge ho-en (Beverst), het fies verloep zoner dat er e leedje gezoenge wuurt (Zutendaal), het fiest gaang verbie zonder det ein leedje wairde gezoongen (Maaseik), het fiest ging virbie zoner det er ei leedje wirde gezongen (Opglabbeek), het fiest goeng door, zonder da ter iet gezonge jont (Godschei), het fiest gong door zonder dat er ’n liedje gezongen woord (Stokrooie), het fiest verleep zonger dat ein leedje gezonge woore (Kessenich), het fiest verliep, zonder da ter ie lied gezoege jood (Berbroek), het fiest verliēp zonder dat er een liēke gezongen woord (Stal), het fiest verloop zonder dat er ein leed wèrde gezongen (Neeroeteren), het fiest verloop zonner dat er ei leedje weerde gezongen (Reppel), het fiest verloop zonner det er ein leedje wêrde gezöngen (Niel-bij-As), het fiest verlup, zonner dat er ie lieke woord gezo (Helchteren), het fiest verluuf zonner dat ə lieke gezoongen woort (Zolder), het fieəst verliep zonder det er ən liedje gezongen wərt (Grote-Brogel), het fis dredde verbei zonder dat doaw ’n lidsje gezonge woand (Martenslinde), het fé-s goeng daor zonder da daoe e liedje gezoenge wjoade (Wellen), hət fes vərloep zonder dat do ein liteke gəzongə woint (Tongeren), hət fest vərlip zondər datoə ə lit gəzoŋe wa͂.s (Genk), hət fiest waar afgeluipen zunder det ein ludje gezungen wērde (Beek (bij Bree)), hət fīst ɛs dōr gəgoən zondər datər ə līd’ə gəzungə wōəd (Sint-Lambrechts-Herk), hət fɛs vərlyp zondər da doə ei lit gəzongə jōndə (Wellen), tfist vərlip zundər dat ər ə lid gɛzuŋə wird (Koersel), tfɛs vərlöəp zondər da du ɛ.i lit gəzongə jondə (Borgloon), ət fiəs chɛŋ vöra.n zoŋər da də le.šə gəzoŋə wu:r (Stokkem), ət fɛs vərlup zonder da dőə ə liəd gəzőngə iőəndə (Alken), ’t fees is imgange zonder litsje (Mopertingen), ’t feest woar lans, en t how genge e liēëd gezoŏnge (Moresnet), ’t fes gaeng door, zonder da duej iej liedje gezoonge junde (Ulbeek), ’t fiest ging vierbi zunder dèt er ei leed was gezungen gewūren (Gruitrode), ’t fiest gonk door, zonner dat er ə lieke gezongen wərd (Peer), ’t fist gunə dōər zonner dat er ē lidje wjōnt gezoŋen (Diepenbeek), 1. Zie ook: fieës.  fes (Heerlen), 181: voetnoot 50.  fee:s (Sittard), als alternatief voor feest  fiest (Duras), als alternatief voor fist  fīs (Hasselt), de ie is langgerekt  fies (Hasselt), de j weinig laten horen  fiejest (Peer), de schwa staat tussen haakjes  fieəst (Meldert), de tweede e is heel klein bovenaan achter de eerste e geschreven  fie-est (Opoeteren, ... ), de tweede e staat tussen haakjes  fees (Ulbeek), de tweede e zweeft bovenaan achter de eerste e  fieest (Sint-Truiden), e als in en  fest (Tessenderlo), e als in het Franse est  fes (Heers), fest (Alken), ee kort uitgesproken  fees (Gelinden), Een feest vieren.  fi.st (Meeuwen), fes zoals in Franse fait  fes (Groot-Loon), In jongere ss. soms fees-, idem in afl.  fies (Maastricht), lietche: bestaat alleen in verkleinvorm  ’t feest? zonner dat(ter) ĕ litche gezonge woert (Genk), met als alternatief fiest  feest (Duras), met alternatief zonder t  fīst (Hasselt), NB féstë: *feesten = aaien (v. dieren vgl. Lb. Id., pag. 25 s.v. aaien "Feesten is alleen gebruikt voor dieren die gefeest worden."(Vlijtingen).  fés (Tongeren), nieuw, als alternatief van fjest (oud)  fieëst (Beverlo), of fèst??  fēst (Genk), oud, als alternatief voor fieëst (nieuw)  fjest (Beverlo), Ss. feesaovindj: feestavond.  fees (Swalmen), Sub kèrmisges (kermisgasten): Vrigger mèt de kèrms haoë vr alteed vèèl kèrmisges, dan wjodde nog fees gehage. Vroger waren eer altijd veel kermisgasten, dan werd er feest gehouden.  fees (Eigenbilzen), Zie ook: fes.  fieës (Heerlen), feestdag van een heilige:   fes (Waubach), fiaes van dɛn heilige (Echt/Gebroek), fiës van ennen heilige (Baarlo), fīēst ván... (Opglabbeek), fɛst van dər heləgə... (Montzen), hoogtijd add.:   feest (Bingelrade), menstruatie:   fieest (Weert), priesterfeest:   fiest (Houthalen), fieês (Reuver), vermaak:   fees (Posterholt) III-1-4, III-2-2, III-3-2, III-3-3
feest hebben menstrueren:   fees höbbe (Herten (bij Roermond)) III-2-2