e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
haquet (fr.) eeltwrat, zweelwrat:   hakę (Hoeselt) I-9
har draaipin van een zware deur of poort:   ar (Rotem), har (Bocholt, ... ), hǭr (Eigenbilzen, ... ), duim:   har (Meeuwen), hāwǝr (Lommel), gewricht: Mv. harn.  hāər (Koersel) I-6, II-9, III-1-1
hard bits:   hij is nogal haard (Overpelt, ... ), hij is nogal hard in zijn manier van spreken (Kaulille, ... ), hɛi nogal hart van sprèkən (Neerpelt, ... ), ɛi ɛs nogəl hart van sprèkən (Neerpelt, ... ), bovenmate, hevig, zeer:   hèd (Beverlo), braakliggen:   hart (Aijen, ... ), hā.rt (Neeroeteren), hārt (America, ... ), hāǝrt (Opoeteren), doorharden:   hǭt (Diepenbeek), hɛt (Tessenderlo), gevoelloos (zijn):   hard (Gruitrode), hèt (Loksbergen), hard, luid:   haard (Ell, ... ), haart (Nederweert), haat (Jeuk), haod (Diepenbeek), hard (Bergen, ... ), hard geluud (Blerick), hard laôte klinke (Hoensbroek), hart (Arcen, ... ), herd (Blerick, ... ), hert (Hout-Blerick), hoa-erd (Eksel), hàrd (Lottum, ... ), hàrt (Venlo), hárd (Gennep), (de uitspraak).  hard (Venray), ruw, hard:   haard (Sevenum, ... ), hard (Horst, ... ), hard zien (Hoensbroek), herd (Blerick), streng:   haard (Weert), hard (Meeuwen, ... ), hárd (Venray), hárt (Venlo), hèt (Loksbergen), stroef:   hard (Meeuwen), zich moeilijk laten melken:   hęt (Zelem) III-4-4, III-1-1, III-2-3, III-2-3, III-4-4, III-4-4, III-4-4, I-11, I-8, II-9, III-1-1, III-1-4, III-3-1, III-4-4
hard (vriezen) hard vriezen:   haard (Wijchmaal), haart (Kaulille), haord (Eksel), herd (Heusden), hert (Beringen), hōͅrt (Hamont), hoͅərt (Sint-Huibrechts-Lille), hârt (Zonhoven), ps. de o staat wat hoger geschreven.  haord (Overpelt), ps. omgespeld volgens Grootaers.  hōͅərd (Hamont)
hard afgaan ontlasting hebben: Een harde ontlasting hebben.  hért aa.fgoeën.n (Zolder)
hard als een bikkel vast:   hard as ne bikkel (Tungelroy)
hard als een steen vast:   zo haart als ⁄ne stein (Ospel)
hard bakken hard vriezen:   ’t heet haard gebakke (Ell)
hard bikken hard vriezen:   ’t bikt wér hard (Meijel)
hard bliksemen bliksemen:   ‧t bliksemt hard (Oirlo)