e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kif-kif gelijkspelen add.:   kif-kif (Sint-Truiden) III-3-2
kiffelaar dartel:   kefǝlē̜r (Meeswijk) I-9
kiffelen kibbelen:   kiffelen (Elen), ze zien weer aan ⁄t kiffelen (Maaseik), ze zin weer aan ⁄t kiffelen (Mechelen-aan-de-Maas), WNT: kiffelen (II), een frequentatieve vorm bij kijven.  keffele (Schinnen) III-3-1
kiffen kuchen: kiffen = zacht hoesten  kiffen (Neeroeteren) III-1-2
kift ruzie: vgl. WBD III, 3.1 (pag. 237): kift, Made (K 217).  kift (Venray), watergoot bij onderslagmolens:   keft (Ophoven) II-3, III-3-1
kijeren kietelen: Vlgs. WNT is kijeren een wd. vr. kinderen.  keijere (Merkelbeek) III-1-2
kijk iris:   kîêk (Venray) III-1-1
kijk uit uw ogen als ge de weg op gaat ongeluk:   kiekt out oer oëghen as ge de weeg op goat (Peer) III-1-2
kijk? overige beugeltermen: Ich moog slaon, en doe höbs de keek.  keek (Echt/Gebroek) III-3-2
kijkbuis caleidoscoop:   kiekbuis (Ell, ... ), kiekbuus (Schimmert, ... ), kijkbuis (Eksel, ... ), kijëkbuiës (Vorsen), Wij maakten van oud schrijfpapier een kijkbuis + spaarden de gekleurde zilverpapiertjes van bonbons en pralines.  (kiekbuis) (Genk), kaleidoscoop:   kiekbès (Bilzen) III-3-2